Franciscus: profeet van de menselijke waardigheid (deel 2)

Mijn blogpost van vorige week eindigde met de vraag: wat hebben volgelingen van Franciscus van Assisi – een mens die in vrijwillige armoede leefde – met mensen die onvrijwillig in armoede leven?

Om een begin van een antwoord te vinden op deze vraag ben ik maar eens begonnen met de Geschriften van Franciscus, zoals die ons zijn overgeleverd. En daar heb ik maar één verwijzing gevonden naar concrete onvrijwillige armen in de 12e en 13e eeuw. Die staat in de eerste Regel van Franciscus: “En zij moeten zich verheugen als zij het leven delen van waardeloze en verachte mensen, van armen en zwakken, van zieken, melaatsen en bedelaars langs de weg (RegNB 9,2.).” Verderop spreekt Franciscus ook nog over aalmoezen als “een erfdeel en een recht dat aan de armen toekomt” en stelt hij dat “de schande” van het weigeren van aalmoezen “niet toegerekend wordt aan hen die ze ondergaan maar aan hen die ze aandoen” (RegNB 9,8 en 9,7). Maar dat is het dan ook wel. In de pauselijk goedgekeurde regel, twee jaar later, is geen van deze uitspraken trouwens nog terug te vinden. Van de geschriften moeten we het dus kennelijk – en ook weer: op het eerste gezicht! – niet echt hebben.

Bedelaars langs de weg
Die hele trits mensen die Franciscus in RegNB 9,2 noemt is overigens interessant. Bedelaars, zoals Franciscus die met name daarin noemt, hadden vaak toch een soort gevestigde positie in de stad waar zij hun beroep uitoefenden. Want het was een beroep in die tijd, vooral voor de bedelaars in de steden. Die hadden hun vaste plaatsen om te bedelen, mensen kenden hen, en de mensen van de stad zullen er over het algemeen wel voor gezorgd hebben dat ze niet van de honger of van de kou zouden omkomen. Van daaruit zijn mogelijk ook de twee citaten uit de eerste Regel van Franciscus, die ik boven aanhaalde, te verstaan. In zekere zin was het vragen van aalmoezen een algemeen erkend recht voor bedelaars, zoals het in zekere zin een plicht was voor het meer welgestelde deel van de bevolking om die aalmoezen ook te geven. Hoe dan ook hadden deze bedelaars een plaats in de gemeenschap, zelfs al was het ergens op de onderste trede. In zijn eerste Regel heeft Franciscus het echter nadrukkelijk over bedelaars langs de weg (iuxta viam mendicantes): het ‘langs de weg’ dat er in het Latijn staat hoort bij de ‘bedelaars’ en niet bij de ‘armen en zwakken, zieken en melaatsen’. Het gaat dus niet om de ‘gevestigde’ bedelaars. En hij noemt ze in één adem met nóg een heel specifieke groep mensen, namelijk melaatsen. Van melaatsen is bekend dat ze nadrukkelijk buiten de gemeenschap stonden. Het waren als het ware niet-mensen. En van Franciscus en zijn broeders is bekend dat ze een bijzondere voorliefde hadden voor het leven en werken onder melaatsen. Sterker nog: Franciscus beschouwde zijn ontmoeting met een melaatse als een zeer belangrijk moment in zijn bekering. In zijn Testament noemt hij het als het begin van zijn leven ‘in boetvaardigheid’ (Test 1). Het moment dat hij een melaatse niet langer zag als niet-mens maar als mens.

Barmhartigheid voor ‘oud vuil’
Daarom durf ik de stelling aan dat Franciscus – met die trits armen die hij in de eerste Regel noemt – het feitelijk heeft over die mensen die buiten het verband stonden van gemeenschap en verwantschap, wat in zijn tijd betekent dat ze buiten de samenleving stonden. En dat kennen we in onze tijd ook. Zelf werkte ik eind jaren 1980 een halfjaar in Rotterdam bij Frans Tweedehands. Hier werden jongens opgevangen met een achtergrond in verslaving of gevangenis – vaak met beide – om hun leven weer op de rails te krijgen. Later, tijdens mijn theologiestudie in de jaren 90, liep ik een tijdlang mee met de mensen die Straatnieuws maken, de Utrechtse daklozenkrant. Eén van onze dakloze verkopers zei me toen eens: “Geen dak boven je hoofd hebben, dat is nog tot daar aan toe. Dat mensen je als oud vuil zien, dat is pas beroerd.”

(wordt vervolgd)

Dit artikel is geplaatst in Franciscaans Leven en een bewerking van een eerder gehouden inleiding op de ontmoetingsdag in maart 2013 van de Franciscaanse Gideonsbende

Gebruikte afkortingen die verwijzen naar de Geschriften van Franciscus:
RegNB: Eerste Regel van Franciscus
Test: Testament van Franciscus

De Geschriften zijn o.a. verkrijgbaar via het Dienstencentrum van de Franciscaanse Beweging. Zie hiervoor http://www.franciscaansebeweging.nl/shop/boeken/franciscus-van-assisi-de-geschriften/31980/. Voor meer informatie over de Geschriften (incl. enkele citaten): http://www.franciscaansebeweging.nl/content/over-de-beweging/inspiratie-uit-het-begin/geschriften-van-franciscus/145/.

Advertenties
Categorieën: franciscus, geloof, overdenkingen | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Berichtnavigatie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

%d bloggers liken dit: