“Mijn partij” en “de andere partij”: over het belang van zelfkritiek

De Russische krant Novaja Gazeta had op vrijdag 25 juli in grote letters – en in het Nederlands – op de voorpagina staan: Vergeef ons. Een opvallende stap. Ik laat nu even alle onzekerheden buiten beschouwing over de uiteindelijke veroorzakers van het neerstorten van vlucht MH-17 (zie daarover mijn vorige blogpost). Ik vind het een ontroerend gebaar. En het heeft ook alles te maken met datgene waarmee ik mijn vorige blogpost afsloot: het belang van zelfkritiek.

Ik ben geen expert op het gebied van Russische politiek en ook niet op het gebied van Oost-Europa. Wat ik hierover zeg, zeg ik met enige aarzeling. Met al mijn aarzeling kan ik echter niet om het feit heen dat de NAVO – “ons” bondgenootschap, zeg maar – partij is in dit hele Oekraïne-verhaal, zoals ik eerder al opmerkte. De NAVO is immers sinds 1990 gestadig opgerukt richting de Russische grenzen. Ik kan diep wantrouwen hebben jegens Putin (dat heb ik ook), en ik kan sterk de indruk hebben dat die pro-Russische separatisten in Oekraïne plat gezegd tuig van de richel zijn (die indruk heb ik ook), maar dat is “de andere partij”. De eerlijkheid gebiedt om allereerst kritisch te kijken naar de rol van “mijn eigen partij”. En aangezien ik Nederlander ben, is “mijn eigen partij” in dit geval de NAVO. Als ik daar kritisch naar kijk, moet ik concluderen dat deze zich in de afgelopen paar decennia agressiever heeft gedragen richting Rusland dan andersom het geval was. Voor agressief gedrag is niet per definitie wapengekletter of oorlogszuchtige taal nodig. Het gaandeweg insluiten van de westflank van een ander land is evenzeer agressief gedrag.

Een ander voorbeeld: de opkomst van ISIS in Irak, en de verovering van Mosul door deze radicale groep. Ik zie de berichten over de verdrijving van christenen uit Mosul (en overigens ook over de hartverwarmende maar helaas tot dusver nergens toe leidende solidariteit van hun moslim-stadgenoten) en de andere alarmerende signalen dat het daar helemaal niet goed gaat. Als ik dat lees, word het me koud om het hart. Maar nog steeds kan ik er niet omheen dat dit mogelijk werd door het machtsvacuüm dat in Irak ontstond door de Amerikaanse invasie en bezetting van 2003 en daarna. Die destijds ook door Nederland gesteund werd.

Valkuilen van kritiek op “de eigen partij”
Als ik deze dingen opschrijf, begin ik me ongemakkelijk te voelen. Want ja, het is waar, “mijn partij” speelt een onverkwikkelijke rol in beide voorbeelden. Betekent dat nu dat het gedrag van “de andere partij” alleen maar ontstaan is als gevolg van de twijfelachtige rol die “mijn partij” speelt of gespeeld heeft? Deze vraag (die ik, om misverstanden te voorkomen, met een duidelijk NEE zou willen beantwoorden) wijst op één van de grote valkuilen van zelfkritiek – en tegelijk op één van de verwijten die je als kritisch-denkende Nederlander erg gauw te horen krijgt. Terechte, goed doordachte en zorgvuldig beargumenteerde kritiek op “mijn eigen partij” betekent niet dat ik moet afzien van terechte, goed doordachte en zorgvuldig beargumenteerde kritiek op “de andere partij”. Het is echter goed mogelijk dat ik me geroepen voel om voorrang te geven aan de kritiek op “mijn eigen partij” in een situatie waarin kritiek op “de andere partij” al van allerlei kanten gegeven wordt – zoals zo vaak het geval is. Het is een lastig evenwicht, en er zijn me ál teveel gevallen bekend waarin de eerlijke inzet om zelfkritisch te zijn leidde tot een zekere mate van blindheid voor de negatieve kanten van “de andere partij” – zie het beruchte voorbeeld van de vaak kritiekloze houding van de toenmalige CPN in de jaren van de Koude Oorlog tegenover de Sovjet-Unie. Een andere valkuil van zelfkritiek is het doorschieten ervan naar wat ik het beste zelfhaat kan noemen. In dat geval wordt “de eigen partij” voorgesteld als alleen maar negatief.

Beide valkuilen wijzen op een gebrek aan iets dat cruciaal is bij het kijken naar de (internationale en nationale) politieke werkelijkheid: onderscheid. Dat is meteen ook één van de lastigste dingen die er zijn. Onderscheid vooronderstelt kennis, maar vooral: onafhankelijkheid van geest. Het vraagt de bereidheid om van mening te veranderen, als nieuwe kennis hier aanleiding toe geeft. Nu is het verzamelen van kennis in dit digitale tijdperk een stuk eenvoudiger geworden. Al heeft dat ook weer zijn eigen valkuilen, want lang niet alle informatie op het Internet is betrouwbaar. Het is dan ook zaak om ook je bronnen heel kritisch te bekijken. Ook hier is onderscheid geboden.

Waarom zou ik kritisch zijn?
Er wordt dus nogal wat van ons gevraagd, als we (zelf)kritisch willen zijn. Is het verwonderlijk dat veel mensen de moed verliezen en het niet eens proberen? Misschien niet. Het vervelende is echter dat de internationaal-politieke situatie in onze tijd ieder van ons raakt. Het is misschien makkelijker om je kop in het zand te steken, maar dat betekent tegelijk dat je je iedere keer weer verbijsterd en machteloos moet voelen als er weer iets schokkends gebeurt op het internationale toneel. En ook dat je de negatieve krachten – zowel die van “onze eigen partij” als die van “de andere partij” – hun gang laat gaan. Want dat is uiteindelijk het grote belang van het zien van de context en het uiten van zelfkritiek. Je krijgt er misschien geen directe invloed door op de gebeurtenissen, maar je kunt ze wél beter begrijpen – en iets begrijpen is er in zekere mate greep op krijgen. En, nog belangrijker: wie het hele beeld kent, wie in staat is tot zelfkritiek en tot onderscheid, is veel lastiger te manipuleren. Propaganda – om dat vieze woord maar weer eens te gebruiken – is gebaseerd op verhalen waarin zowel de context ontbreekt als enige vorm van zelfkritiek. Zowel bij “onze eigen partij” als bij “andere partijen” zijn en worden mensen hierdoor oorlogen in gejaagd.

Terwijl ik dit schrijf, is het dodental in Gaza boven de 1000 gestegen. Ook in dit geval worden we in de Nederlandse media voorzien van informatie waarin de context maar al te vaak ontbreekt. Om van de kritiek op “onze eigen partij” maar te zwijgen – en Israël wordt wel degelijk door Amerikaanse en Europese (waaronder ook Nederlandse) politici gezien als “onze eigen partij”. Een “eigen partij” die over veel meer militaire slagkracht beschikt dan “de andere partij”, en die slagkracht ook meedogenloos loslaat op de bevolking van de Gazastrook. Als er één situatie is waarin kritiek op de “eigen partij” van levensbelang is, is dat wel een situatie als deze, met zulke ontstellend ongelijke krachtsverhoudingen. En dat is dan geen partij kiezen voor “de andere partij”. Het is partij kiezen voor de burgers, die zoals in iedere situatie waarin wapens te pas komen het voornaamste slachtoffer zijn.

Advertenties
Categorieën: oorlog en vrede, overdenkingen, palestina, Uncategorized | Tags: , , , , | 1 reactie

Berichtnavigatie

Een gedachte over ““Mijn partij” en “de andere partij”: over het belang van zelfkritiek

  1. Herman van Bemmel, Voorschoten

    Insluiten van de westflank van een ander land?? In feite gaat het om het bevrijden van volkeren uit de greep van Stalin en zijn opvolgers. Meer daarover is te lezen in het boek “Baltische zielen” van Jan Brokken. Je kunt het eerder omdraaien: het vrije westen had de landen in Oost-Europa misschien wel veel eerder moeten bevrijden uit de macht van de Sovjet-Unie en van het Rusland van Poetin.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.

%d bloggers liken dit: