Een glimp van de Opstanding

Mijn favoriete muziekstuk in de Goede Week is al jarenlang de aria ‘Erbarme Dich’ uit Bach’s Matthäus Passion. Daar ben ik natuurlijk helemaal niet origineel in, maar dat deert me niet. Sinds ik het voor de allereerste keer hoorde heeft dit een muziekstuk me niet meer losgelaten. Alleen al vanwege de pure schoonheid ervan, het samengaan van tekst en muziek, de sobere en glasheldere instrumentatie. Maar ook vanwege de gelovige lading die het voor mij heeft. Het besef van onze feilbaarheid als mens, ons menselijk tekort en onze nood aan ontferming.

Toen ik de aria afgelopen woensdag hoorde, schoot ik vol. En ik dacht een gedachte die ik mezelf niet zo vaak toesta: wat een klotenwereld is het toch, die wereld waarin we leven. De aanslag in Brussel nog vers in het geheugen, evenals de aanslagen in Istanbul, Ankara, Bagdad en elders, een Amerikaans luchtbombardement op de universiteit van Mosul met een nog niet helemaal duidelijk maar wel groot aantal burgerdoden, vluchtelingen in beestachtige omstandigheden in kampen aan de Grieks-Macedonische grens, blinde haat in ons eigen land tegen alles wat geen witte Nederlander is… Er zijn van die momenten dat alle ellende die je kent zich in je beleving samenbalt tot één grote puinhoop, en Bach’s ‘Erbarme Dich’ was daar voor mij midden in de Goede Week de ‘trigger’ van.

Op Goede Vrijdag bromt dat gevoel van hopeloosheid nog steeds op de achtergrond mee. En wordt vervolgens versterkt door een lunchafspraak in de stad met iemand die me zeer na is en die op dit moment in een ronduit depressieve toestand verkeert. Als ik weer naar huis fiets is het volop Goede Vrijdag, zonder een glimpje licht. Mijn route loopt langs de bloemenkiosk van Thomas en Marja, twee van mijn parkburen op wie ik bijzonder gesteld ben. De weg waar hun kiosk aan ligt is al een paar weken opgebroken, met als gevolg dat hun omzet de afgelopen tijd gekelderd is. In mijn sombere stemming neem ik bijna een andere route om hun kiosk te mijden; ik heb geen zin in nog meer ellende. Omdat ik dat nogal flauw van mezelf vind ga ik toch maar wel langs de kiosk. Ik koop wat lentebolletjes voor op de Paastafel; eerlijk gezegd vooral om een reden te hebben om even aan te wippen en toch maar te vragen hoe het gaat. Thomas is er nogal laconiek over, maar hij maakt zich wel zorgen over de Paasdagen. Ze zijn op Eerste en Tweede Paasdag altijd open en dat zijn voor hen normaal gesproken topdagen, maar hoe zal dat nu gaan?

In een opwelling bied ik aan om Tweede Paasdag voor hen te koken. Zodat ze na twee feestdagen die voor hen werkdagen zijn toch nog van een Paasmaal kunnen genieten. Thomas neemt het aanbod met vreugde aan, en ik fiets zelf met een lichter hart verder naar huis. ’s Avonds net vóór ik naar de kerk wil gaan komt er een enthousiast SMS-je van Marja binnen: “Heleen, wat leuk! Wat lief! Wat lekker!”. De vreugde spat er bijna vanaf, dwars door het schermpje van mijn telefoon. De laatste resten van mijn sombere stemming van de middag smelten als sneeuw voor de lentezon. Op weg naar de kerk zit ik bijna zingend op de fiets – een beetje wonderlijk als je op weg bent naar een herdenking van de kruisdood van Jezus. Toch is het alsof de Opstanding vanavond haar licht al vooruit werpt.
De-dagen-van-Pasen-in-het-Johannescentrum-afbeelding
Is hiermee de depressie van mijn gesprekspartner van tussen de middag genezen? Is hiermee een einde gekomen aan de vreemdelingenhaat, aan de bommen van terroristentuig en van politici en militairen voor wie dode burgers niet meer zijn dan ‘bijkomende schade’? Nee, verre van dat. Het is ook maar een heel kleine gebeurtenis, banaal bijna. Ik heb niet eens aangeboden om een maaltijd klaar te maken voor een vluchtelingengezin of een dakloze, of voor die parkbuurman die regelmatig met het halve park in de clinch ligt. Het zijn gewoon vrienden van me, en het is makkelijk genoeg om die mensen lief te hebben die op hun beurt jou liefhebben. Zelfs terroristen en extreemrechtse politici doen dat, denk ik zomaar. Alleen dit wil ik er van zeggen. Door Marja en Thomas ben ik er weer aan herinnerd dat we als mensen zijn geroepen om engelen te zijn voor elkaar. Dat daar onze werkelijke roeping ligt. En dat we die af en toe waarmaken. ’t Is nog steeds een klotenwereld, maar niet zonder licht en niet zonder hoop.

Laten we dat licht en die hoop koesteren, dat koppige “en tóch!” tegen alle vernietiging, haat en geweld in. Laten we nooit vergeten dat eens, tweeduizend jaar geleden, niet marteling en moord het laatste woord hadden maar opstanding en leven. Diezelfde Jezus van Nazareth die een afschuwelijke dood stierf aan het kruis heeft de dood voor ons overwonnen. Dat is de moeite meer dan waard om ieder jaar weer gevierd te worden. Wij hebben de langste adem. Bij ons is al eens iemand opgestaan uit de doden.

Advertenties
Categorieën: geloof, lofzang, oorlog en vrede | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Berichtnavigatie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

%d bloggers liken dit: