Over het recht van de sterkste, en het zoeken naar hoop

Overdenkingen na een verkiezingsdag

Op de avond van de dag dat bekend werd dat Donald Trump de volgende president zal worden van de Verenigde Staten van Amerika had ik een late vergadering. Ik fietste door de stad Utrecht naar huis op een moment dat de stoplichten al op knipperend oranje waren gesprongen. Niettemin was het nog druk met auto’s, en die reden niet bepaald zachtjes. Ik voelde me als fietser opeens heel erg kwetsbaar. Die hardrijdende auto’s met hun felle koplampen werden in mijn verbeelding de verpersoonlijking van de wereld waarin Trump leeft. Het recht van de sterkste, van wie de grootste bek heeft, van wie het zwaarste kaliber wapen heeft. Ik voelde me intens bedreigd. Alsof de menselijke beschaving van de ene op de andere dag had opgehouden te bestaan.

Het was de reactie van het moment, zwaar beïnvloed natuurlijk door een lange werkdag, ik was moe en wilde alleen maar zo snel mogelijk naar huis. Dan kan mijn verbeelding met me op de loop gaan. Niettemin was het gevoel van bedreigd-zijn heel reëel, op dat moment. En dat was niet door die concrete automobilisten, die waarschijnlijk ook alleen maar zo snel mogelijk naar huis wilden. Het was door dat recht van de sterkste, waar ze voor even het beeld van werden.

We hebben het natuurlijk eerder in de menselijke geschiedenis gezien. Het meest tot de collectieve verbeelding sprekend in de jaren 1930. Het is lange tijd taboe geweest om de vergelijking met deze periode te trekken als het gaat om – noem maar eens wat – de opkomst van de beweging rond Geert Wilders in ons eigen land. Ik denk echter, dat we niet meer om de vergelijking heen kunnen. De gelijkenissen zijn gewoonweg te sterk. Neem alleen al de reacties op de verkiezing van Donald Trump. We moeten hem ‘een kans geven‘, schreeft Nicholas Kristof, de doorgaans als ‘liberal’ bekend staande columnist in de New York Times. En dagblad Trouw vond dat hij zich in zijn acceptatiespeech ‘presidentieel’ toonde. Ik kan me opeens voorstellen hoe er in die jaren 1930 gesproken en geschreven werd over het aantreden van Adolf Hitler (zo, die naam is eruit) als Reichskanzler. Om van Chamberlain’s latere ‘appeasement’ maar te zwijgen. Ook de fascisten en de Nazi’s kregen ‘een kans’. We weten allemaal wat daaruit voortkwam.

Ook kom ik regelmatig het geluid tegen dat Trump zichzelf wel onderuit zal halen en eigenlijk niet serieus te nemen is. Nog maar een paar dagen vóór de verkiezing noemde een Amerikaanse senator hem ‘een clown‘. Ook dit heeft voor mij echo’s uit de jaren 1930. Karl Barth, de grote theoloog, deed er erg lang over vóór hij zich ging verzetten tegen het Nazi-regime. Hij was aanvankelijk van mening dat Hitler zichzelf door zijn eigen incompetentie de das om zou doen, zo schrijft Eginhard Meijering in zijn Barth-biografie (Karl Barth: Theoloog in de wereld, Uitg. Kok, Kampen 2009).

De verkiezingsoverwinning van Trump komt natuurlijk niet uit het niets vallen. Er zijn al veel beschouwingen geschreven over het elitisme in het politieke bedrijf, dat juist de mensen onderaan de sociale ladder vervreemd heeft van alles wat naar ‘de politiek’ ruikt. Of over de economische globalisering, waardoor economische verbanden steeds grootschaliger en daardoor steeds anoniemer worden, maar wél nog steeds een grote invloed hebben op het dagelijks leven.

Waar mensen de greep op de wereld om hen heen kwijtraken, voelen ze zich bedreigd. Dat gevoel van dreiging is reëel. Even reëel als in de jaren 1930 de verontwaardiging in de Duitse samenleving was over het ‘Schanddiktat’ dat hun land opgelegd was bij de beëindiging van de Eerste Wereldoorlog. En net als in de jaren 1930 wordt er naar een zondebok gezocht. Toen waren dat de Joden. Nu, in de VS én in ons eigen deel van de wereld, alles wat niet smetteloos wit is, en in het bijzonder de moslims.

Het zou dwaas zijn om de gevoelens van dreiging en angst te ontkennen of te bagatelliseren. De vraag is wel: wat doen we ermee? Juist met het afschrikwekkende voorbeeld van de jaren 1930 voor ogen, dat al te goed heeft laten zien waartoe het zondebok-denken kan leiden?

Misschien is het onontkoombaar dat onze wereld als geheel steeds meer ‘geglobaliseerd’ wordt. Ik heb er zelf ook dagelijks profijt van: communicatie met mensen in andere delen van de wereld is een heel stuk makkelijker geworden met de komst van email en internet. De schaduwzijde blijkt echter ook dat grote bedrijven zich steeds minder van landsgrenzen hoeven aan te trekken. Is de arbeid op de ene plek te duur, dan ga je naar een plek waar het goedkoper is. Dat achter die anonieme kostensoort ‘arbeid’ levende mensen schuilgaan, allemaal met hun eigen hoop en vrees, hun geliefden en hun zorgen, dat is jouw zaak niet. Het gaat om geld, nietwaar?

In mijn ogen is dat in onze huidige wereld het bepalende verschil, ook of juist in het politieke bedrijf. Links of rechts, Democraat of Republikein, progressief of conservatief, het boeit me niet werkelijk meer. Wat me wél boeit is de vraag: ga je uit van geld of ga je uit van mensen. Ook die mensen die zich in onze tijd bedreigd voelen, willen als mensen gezien worden. Waar mensen het gevoel hebben dat ze er niet meer toe doen, kan er van alles gebeuren. Er kan verzet ontstaan dat streeft naar meer waardigheid. Maar er kan ook rancune ontstaan, haat, zondebok-denken. Ik vermoed en vrees dat het die laatste reactie is die de populariteit van een Adolf Hitler, van een Donald Trump of van een Geert Wilders mogelijk heeft gemaakt. Waarbij de ironie dat juist een Donald Trump in de eerste plaats het ‘grote geld’ vertegenwoordigt, kennelijk niet boeiend is voor zijn kiezers.

Is er een alternatief denkbaar, dat juist van mensen uitgaat en niet in de eerste plaats van geld? Dat geld als een middel wenst te zien, niet als een doel? Ik wanhoop hier soms over. Onze hele wereld is gebouwd, zo lijkt het wel, op dat denken over geld als doel. Zijn de problemen die door de cultuur van geld-als-doel veroorzaakt zijn wel binnen die cultuur op te lossen? Vragen werkelijke oplossingen niet om een radicale omslag in onze huidige omgang met elkaar en met de ‘wereldlijke goederen’?

Temidden van alle zorgen en vragen zijn er gelukkig ook tekenen van hoop. De Kristallnacht-herdenking, uitgerekend op dezelfde dag, trok een volle Uilenburgse synagoge in Amsterdam. Mijn mailbox liep vol met oproepen tot actie van verschillende bewegingen waar ik wat mee heb: Avaaz, DiEM25, WeMove Europe, CodePink. Hoop is ook een levensnoodzaak van gelovige mensen: we kunnen niet zonder. Tegelijk gaat de urgentie van “het kan en moet anders” door alle grenzen van geloof en ongeloof heen. Ook dat vind ik hoopvol. Ergens moet er toch een weg te vinden zijn naar een andere wereld….

 

Advertenties
Categorieën: geloof, oorlog en vrede, overdenkingen | Tags: , , , , , , | 3 reacties

Berichtnavigatie

3 gedachten over “Over het recht van de sterkste, en het zoeken naar hoop

  1. Lydia Meiling

    En laten we niet vergeten de val van de muur op dezelfde dag, 9/11/1989!

  2. Lies Kamphorst

    Je artikel maakte me angstig, zoals ik dat ook al beleefde toen ik de uitslag van de presidentsverkiezing hoorde. Gelukkig heeft je laatste alinea me toch ook weer hoop gegeven.

    Verstuurd vanaf mijn iPad

    >

  3. Was weer goed, Heleen. Het was voor mij een aanleiding om een wat andere weg in te slaan op mijn blog.
    Vrede en alle goeds.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.

%d bloggers liken dit: