Berichten getagd met: dominicaans

Dominicaans beschouwen

Al is Franciscus van Assisi dan met voorsprong mijn favoriete heilige, mijn dagelijks brood verdien ik nog altijd bij het DSTS – Dominicaans Studiecentrum voor Theologie en Samenleving. En afgelopen vrijdag  waren we een hele middag bij elkaar met mensen die werken bij (of anderszins verbonden zijn met) de verschillende projecten die in de loop der jaren zijn ontstaan vanuit de orde der Dominicanen, de volgelingen en erfgenamen van de grote middeleeuwse ordestichter Dominicus de Guzman. Een middag over dominicaanse spiritualiteit, en wat wij daar zelf mee doen in ons dagelijks leven en werk. Arjan Broers, die pas geleden een heel interessant boekje heeft geschreven over die dominicaanse spiritualiteit, nam ons mee langs zeven aspecten daarvan. Eén daarvan was wat hij “contemplatie” noemde, of in meer alledaags Nederlands “beschouwing”. Dat is nadrukkelijk iets anders dan meditatie, wat veel meer te maken heeft met “zitten en tot rust komen” (omwille van het onderscheid formuleer ik het nu even heel kort door de bocht). Contemplatie, aldus Arjan, is veel meer “zitten en kijken naar wat er gebeurt”. Toen ik dat hoorde moest ik opeens weer denken aan die keer dat ik een motorprobleem op wist te lossen door gewoon maar eens te gaan zitten kijken naar mijn motorblok. Dat was een technisch probleem, maar de methode van contemplatie gaat vaker op. Arjan haalde het voorbeeld aan van een keer dat hij in gesprek raakte met een dakloze man die – voor zijn idee althans – onzin zat uit te kramen. Hij ergerde zich eraan, tot hij besloot om zijn ergernis opzij te zetten en eens te proberen om te zien wie die dakloze man nu eigenlijk was. Hij keek als het ware door alle woorden heen naar de mens zélf. En zag dat dit een zeer zachtmoedige man was. Een mooie mens, ondanks of met alle woorden die Arjan als onzin in de oren klonken.

Contemplatie, bedacht ik me later, helpt mij soms ook om inzicht te krijgen in een probleem waar ik maar niet uit kom en dat me maar niet loslaat. Als het lukt om even te stoppen met heel hard erover nadenken – op zich al een hele klus – kan er ruimte komen om het als het ware van een afstandje te bekijken. En dan komt er ruimte voor onverwachte inzichten. Soms komt die ruimte er pas als ik al een hele tijd heel hard erover nagedacht heb, niet tot helderheid gekomen ben, en mijn hersenen het nadenken erover stomweg opgeven. Als er leegte ontstaat omdat alle pogingen gefaald hebben. En dan heb ik het niet alleen over momenten van inzicht in een motorblok, maar nog veel meer over momenten van inzicht in een ander mens of in mezelf (of vaak beide). Ik zeg dit enigszins aarzelend, maar dat soort momenten – momenten van inzicht of uitkomst als al mijn eigen pogingen gefaald hebben – komen op mij soms over als momenten van genade. Alsof God te hulp komt op een moment dat ik zelf alle mogelijkheden uitgeput heb. Dus niet het traditioneel-protestantse “sola gratia” (alleen door genade) maar ook niet het katholieke “meewerken aan de genade”. Kennelijk beschouwt God ons als volwassen mensen, die veel zelf kunnen oplossen maar niet alles. En dáár, waar onze eigen krachten tekort schieten – dáár gebeurt het. Soms, even. Waar we ruimte maken voor beschouwing – of waar die ruimte openvalt omdat we het zelf echt niet meer weten – daar kan God aan het woord komen. Daar kan genade gebeuren.

Toch benieuwd wat Dominicus dáárover gezegd zou hebben.

Categorieën: overdenkingen | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Spiritualiteit: traditie en eigenheid

Als je gepromoveerd bent op de vraag wat mensen nu zoeken bij spiritualiteitscentra, zou je toch ook wel iets zinnigs moeten kunnen zeggen over dat religieuze buzz-woord van de laatste jaren: spiritualiteit. Het verbluffende is misschien, dat ik helemaal niet zeker weet of ik dat kan.

Kostbaar
Het begint al bij het woord. Iedereen die iets heeft met religie of überhaupt met ‘het hogere’ lijkt het wel in de mond te nemen. Maar het lijkt dan vooral gebruikt te worden als zo’n heerlijk vaag woord waarmee je de indruk kunt wekken dat je in ieder geval bij de tijd bent, of diepzinnig ingesteld, of anderszins interessant. Die on-helderheid over spiritualiteit is me om te beginnen al een gruwel. Ik heb het gevoel (op zich ook een lekker vage aanduiding) dat iets dat heel wezenlijk is voor een mensenleven op deze manier wat al te gemakkelijk ingezet wordt. En daar kan ik niet tegen. Wat kostbaar is, moet je als kostbaarheid behandelen.

Niet op zichzelf
Goed dan. Een definitie voor ‘spiritualiteit’. En liefst geen al te vage. Ik heb het woord voor het eerst leren kennen als aanduiding voor het geestelijk erfgoed van een orde of congregatie. In de katholieke traditie kennen we de grote ordespiritualiteiten, zoals de Franciscaanse, Dominicaanse, Augustijnse en Ignatiaanse spiritualiteit. In deze betekenis van ‘spiritualiteit’ staat het woord nooit op zichzelf. Spiritualiteit heeft blijkbaar in ieder geval iets te maken met: “Leven in de geest van…”. Dat vraagt om een nadere bepaling: in de geest van wie (of wat).

Dynamiek
Een andere aanwijzing voor een werkbare definitie van ‘spiritualiteit’ is te vinden in de titel van een boekje dat met zware gebruikssporen bij mij in de kast staat: “Wat ons beweegt – Spiritualiteit van de Zusters van Onze Lieve Vrouw van Amersfoort”. Die titel geeft aan dat het bij spiritualiteit gaat om iets dynamisch. Ik kan willen leven in de geest van Franciscus – ik noem maar een dwarsstraat – maar dat betekent pas iets als het mij in beweging zet. Dán pas is er sprake van spiritualiteit. Spiritualiteit is dus blijkbaar: een geestelijk erfgoed dat mensen aanzet tot handelen, tot een bepaalde manier van leven.

Ruimte voor persoonlijke accenten
Het voorkomen van die verschillende ordespiritualiteiten is een van de dingen die de katholieke traditie zo breed maakt. Veel breder dan de meeste gelovigen – om maar te zwijgen van de kerkleiding – lijken te beseffen. Blijkbaar is er altijd een behoefte geweest om binnen de breedte van de traditie bepaalde accenten te leggen. Mensen zijn nu eenmaal verschillend, zowel in hun culturele bagage als in hun individuele aanleg.

De één zal zich daarbij meer thuis voelen bij het geestesgoed van Dominicus, een ander zal zich herkennen in wat Augustinus voorstond, of de heilige Julie Billiart. En ieder zal daarbinnen dan ook weer heel persoonlijke accenten leggen. En die ruimte is er ook vanouds altijd geweest. De verhalen over het begin van de orde der minderbroeders, bijvoorbeeld, voeren een groot aantal verschillende karakters op. Allemaal volgelingen van Franciscus, maar wel allemaal op hun eigen manier.

Spiritualiteit – als geestesgoed dat iemand aanzet tot een bepaalde manier van leven – heeft blijkbaar ook een sterk persoonlijke component. Misschien zou je kunnen zeggen, dat spiritualiteit de plaats is waar een religieuze traditie en mijn en jouw persoonlijke beleving bij elkaar komen. Als de geestelijke grond waarop mijn en jouw leven staat. Niets vaags dus, integendeel – grond om op te staan, om je leven op te bouwen.

Je leven opbouwen
Er is zo’n rijkdom aan ‘grondsoorten’ binnen onze gelovige traditie waar een zoekende mens haar leven op kan bouwen, en gelukkig lijken gelovigen én ongelovigen zich daarvan wel steeds meer bewust te worden. Mensen die zich maar moeizaam thuis kunnen voelen binnen een parochie of gemeente, herkennen zichzelf opeens wél in het gedachtegoed van Ignatius, of in de beweging rond Franciscus. Daar vinden ze hun grond in, daar kunnen ze hun leven op bouwen.

Die grond is iets wat ik iedere zoekende mens toewens. Niet het drijfzand van een vaag idee van ‘spiritualiteit’ – maar vaste grond, goed geworteld in de traditie én goed geworteld in ieders eigenheid. Een kostbaar goed.

(Oorspronkelijk geschreven voor de website van de Faculteit Katholieke Theologie / Tilburg School for Catholic Theology)

Categorieën: geloof, overdenkingen | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Blog op WordPress.com.