Berichten getagd met: franciscus

Betrokkenheid in de 21e eeuw, in het voetspoor van Franciscus

Op 21 juni werd in de Franciscaanse Beweging een boekje gepresenteerd van Hans Sevenhoven, dat in het teken staat van het jaarthema van de FB: betrokkenheid. Het draagt als titel Betrokken – Het hart van de franciscaanse spiritualiteit. Bij de presentatie was aan mij gevraagd om een reflectie te geven op het laatste hoofdstuk van het boekje, dat gaat over franciscaanse betrokkenheid op “de minsten van de Mijnen” in onze tijd. Lees verder

Categorieën: franciscus, geloof, lofzang | Tags: , , , , | 1 reactie

Franciscus: profeet van de menselijke waardigheid (deel 4)

Vorige week eindigde ik met de vraag of een volgeling van Franciscus van Assisi zich dan helemaal zou moeten onthouden van het aanklagen van foute zaken. Het is inderdaad zo dat Franciscus in de Eerste Regel zijn broeders verbiedt om zich in te laten met woordenstrijd (RegNB 11,1), maar ik kan me niet voorstellen dat hij bezwaar zou hebben tegen het profetische spreken voor diezelfde mensen die hem zo ter harte gingen. Alleen: zijn roeping was het niet. Franciscus is niet de profeet van de roep om gerechtigheid, maar die van het leven vanuit barmhartigheid. En daarin was hij wel zó radicaal, en zó helemaal in dienst van de menselijke waardigheid, dat ik hem alleen maar aarzelend en struikelend kan volgen. Als we het dan toch hebben over gerechtigheid: het lijkt mij bijzonder onrechtvaardig om dan ook nog van Franciscus te verwachten dat hij zich uitspreekt tegen ongerechtigheid, met profetische woorden zoals Amos.

Onze roeping
Edward Schillebeeckx noemt de ervaring van schending van menselijke waardigheid als dé grote ervaring die in ons het protest oproept: “dat kan toch zo niet!”. En die van daaruit ons aanzet tot het werken aan diezelfde menselijke waardigheid. Dát is, zo zegt Schillebeeckx ons, waar heil gebeurt in deze wereld (1). Concreet heil aan concrete mensen. Dat is het heil dat van God uitgaat en waar God ons om vraagt. Maar dat zweeft niet ergens in een hoge hemel; dat gebeurt hier op aarde, hier, nu. Dat is onze roeping als mensen. Ik voel me zelf daarbij aangesproken door de profetische aanklacht van een man als Amos. Maar ook door het helemaal leven vanuit barmhartigheid van Franciscus. Mijn eigen ervaringen in Rotterdam en Utrecht hebben me doordrongen van het enorme belang van menselijke waardigheid.

De weg van radicale barmhartigheid
Armoede, zoals wij die kennen – met alle gevolgen van uitsluiting uit het ‘gewone’ maatschappelijke leven, schaamte, noem het maar op – is een belediging van de menselijke waardigheid. Dat kan ik van de daken roepen, of aan de politici schrijven, of op een spandoek zetten zodat iedereen het kan zien. En ook dát moet gebeuren. Eén van de dingen die het voortbestaan van armoede mogelijk maakt, is het feit dat het voor een groot deel verborgen blijft. En het feit dat wij in een wereld leven waar minder dan één procent van de bevolking over meer dan tachtig procent van het goede van de aarde beschikt, zoals in 2012 aan het licht kwam (2): ook dat is een belediging voor de menselijke waardigheid. En daarmee een belediging van God zélf. Dat mág niet alleen van de daken geroepen worden, dat móet zelfs van de daken geroepen worden. En het is goed dat er mensen zijn die dat doen, de profeten van onze tijd. Zij zijn de Amossen van de 21e eeuw, die roepen om gerechtigheid.

Maar daarnaast is er ook nog die andere weg, die evenzeer nodig is om de menselijke waardigheid – dat Godsgeschenk dat het geboorterecht is van iedere mens – tot haar recht te laten komen. De weg die Franciscus koos. De weg van het zo laag-bij-de-grondse, alledaagse samenleven tussen mensen. Een dagelijkse praktijk van leven die weigert om mensen uit te sluiten, om mensen als ‘oud vuil’ te zien als ze geen dak boven hun hoofd hebben, als ze stomme keuzes hebben gemaakt in hun leven, als ze maar geen werk kunnen krijgen. De weg die zegt – met en door concrete daden: “verdomme, het is een rotleven, maar je leeft ’t niet alléén. Ik sta naast je. Ik omhels je. Jij bent de moeite waard in mijn ogen. Want je kunt dan wel de moeite waard zijn in Gods ogen, maar daar heb je niets aan zolang je niet de moeite waard bent in mijn ogen.” De weg van de radicale barmhartigheid.

En Franciscus roept ons op om die weg van harte te bewandelen. Als zijn volgelingen, in zijn voetspoor.

(1) E. Schillebeeckx (1989) Mensen als verhaal van God. Baarn: Nelissen.
(2) James Henry (2012) The Price of Offshore Revisted: New Estimates for Missing Global Private Wealth, Income, Inequality, and Lost Taxes, Press Release, Tax Justice Network, July 2012, 5.

Dit artikel is geplaatst in Franciscaans Leven en een bewerking van een eerder gehouden inleiding op de ontmoetingsdag in maart 2013 van de Franciscaanse Gideonsbende

Gebruikte afkortingen die verwijzen naar de Geschriften van Franciscus:
RegNB: Eerste Regel van Franciscus

De Geschriften zijn o.a. verkrijgbaar via het Dienstencentrum van de Franciscaanse Beweging. Zie hiervoor http://www.franciscaansebeweging.nl/shop/boeken/franciscus-van-assisi-de-geschriften/31980/. Voor meer informatie over de Geschriften (incl. enkele citaten): http://www.franciscaansebeweging.nl/content/over-de-beweging/inspiratie-uit-het-begin/geschriften-van-franciscus/145/.

Categorieën: franciscus, geloof, lofzang, overdenkingen | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Franciscus: profeet van de menselijke waardigheid (deel 3)

Ik ben in mijn vorige blogpost al even terug gesprongen naar onze eigen tijd, maar ik wil toch eerst weer terug naar de tijd van Franciscus. Want er valt nog meer te zeggen over die bijzondere voorliefde van Franciscus voor melaatsen, die ik maar even zal nemen als het voorbeeld van mensen die in die tijd overal buiten stonden.

Over melaatsen heeft Franciscus het niet alleen in zijn eerste Regel, maar ook heel duidelijk in het begin van zijn Testament. Hierin zegt hij: “De Heer zelf heeft mij tussen hen gebracht, en ik heb hun barmhartigheid bewezen (Test 2).” Die barmhartigheid is een sleutelwoord voor de omgang van Franciscus met melaatsen. Ze kwam voort uit een diepe bewogenheid bij het zien – daadwerkelijk zien – van een melaatse, zoals ons verteld wordt in ‘het verhaal van de drie gezellen’ (3 gezellen 11). En als gevolg daarvan ervaarde Franciscus het als zijn roeping om deze mensen te dienen. Mensen die door de samenleving van hun tijd werden gezien als oud vuil, als niet-mensen.

Profetisch spreken?
Op het eerste gezicht treedt Franciscus, met het zien van mensen die doorgaans niet gezien worden, in de voetsporen van de profeten van het Oude Testament. De meest uitgesprokene van die profeten is Amos, die de rijken uit zijn tijd ervan langs geeft – vooral als zij zich daarbij ook nog eens als vroom voordoen. “Gij die de zwakken vertrapt, onschuldigen grijpt en mishandelt – Ik kan uw psalmen niet luchten. Spaar mij uw liedjes en uw fluiten”, zegt Amos namens de Eeuwige (1). En als ze hem zeggen dat hij zijn mond moet houden, omdat hij in een heiligdom van de koning staat te profeteren, heeft hij zijn weerwoord klaar: “De Eeuwige heeft mij achter mijn beesten weggehaald en mij gezegd: ‘Ga als profeet naar mijn volk Israël’.” (2) Niet het gezag van de koning doet ertoe, maar het gezag van de Eeuwige.

Franciscus heeft dit met Amos gemeen, dat hij namens God spreekt en zich daarin weinig aantrekt van wereldse machten. Als de keizer voorbij trekt, stuurt hij één van de broeders daar naartoe met de opdracht om de keizer eraan te herinneren dat wereldse macht vergaat (1 Celano 43). Maar dat is eigenlijk de enige keer dat we van Franciscus weten dat hij als een profeet sprak – en dan liet hij het nog door iemand anders doen ook. In feite is Franciscus helemaal niet iemand die een roep om gerechtigheid van de daken laat klinken. Wat hij doet, is die andere grote kernwaarde uit de Bijbel in de praktijk brengen: barmhartigheid. En ook daar spreekt hij niet zozeer over; hij doet het. Waar Amos woorden spreekt van gerechtheid voor kwetsbare mensen in het Oudtestamentische koninkrijk Israël, stelt Franciscus daden van barmhartigheid tegenover kwetsbare mensen in het middeleeuwse Umbrië. Het typerende van Franciscus is daarbij, dat hij radicaal is en geen halve maatregelen neemt – en daarin lijkt hij dan wél weer op Amos. Dat handelen vanuit barmhartigheid, dat is zijn hele leven en dat van zijn broeders.

Het ‘verhaal van de drie gezellen’ vertelt ons over dat beslissende moment in het leven van Franciscus, toen hij een melaatse omhelsde. Door iemand te omhelzen, toon ik dat ik die persoon ziet als hele mens – als mens die mijn liefde waardig is. Door die melaatse te omhelzen herstelde Franciscus hem in zijn waardigheid als mens. Ook die mensen die waardeloos zijn in de ogen van de samenleving, ziet hij zoals ze zijn – als mens, als kind van God. In die zin is Franciscus wel degelijk een profeet. Niet met woorden, maar met daden. Een profeet van de menselijke waardigheid. En het belang daarvan is groter dan wij misschien wel denken. Wat mijn dakloze vriend destijds eigenlijk zei, was: materieel gemis, dat kan ik nog dragen – al is het soms maar nét. Niet als mens worden gezien – dat is onverdraaglijk. Franciscus als profeet is dus een profeet van daden, van concrete praktische inzet. Om mensen die als waardeloos worden gezien, te herstellen in hun waardigheid. In zijn Eerste Regel spoort hij de broeders niet aan om het kwaad aan te klagen, zoals Amos deed. Hij spoort ze aan om iets goeds te zeggen of iets goeds te doen waar iets kwaads gezegd of gedaan wordt (RegNB 17,19).

Dit roept de vraag op: moet een volgeling van Fransiscus zich dan helemaal onthouden van het aanklagen van foute zaken? Daarover de volgende keer meer.

(wordt vervolgd)

(1) Uit Amos 5; vertaling Huub Oosterhuis
(2) Amos 7,15 (Willibrordvertaling)

Dit artikel is geplaatst in Franciscaans Leven en een bewerking van een eerder gehouden inleiding op de ontmoetingsdag in maart 2013 van de Franciscaanse Gideonsbende.

Gebruikte afkortingen die verwijzen naar de Geschriften van Franciscus:
1 Celano: De eerste levenbeschrijving van Franciscus, door Thomas van Celano
3 gezellen: Het Verhaal van de Drie Gezellen
RegNB: Eerste Regel van Franciscus
Test: Testament van Franciscus

De Geschriften zijn o.a. verkrijgbaar via het Dienstencentrum van de Franciscaanse Beweging. Zie hiervoor http://www.franciscaansebeweging.nl/shop/boeken/franciscus-van-assisi-de-geschriften/31980/. Voor meer informatie over de Geschriften (incl. enkele citaten): http://www.franciscaansebeweging.nl/content/over-de-beweging/inspiratie-uit-het-begin/geschriften-van-franciscus/145/. 

Categorieën: franciscus, geloof, lofzang, overdenkingen, Uncategorized | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Franciscus: profeet van de menselijke waardigheid (deel 2)

Mijn blogpost van vorige week eindigde met de vraag: wat hebben volgelingen van Franciscus van Assisi – een mens die in vrijwillige armoede leefde – met mensen die onvrijwillig in armoede leven?

Om een begin van een antwoord te vinden op deze vraag ben ik maar eens begonnen met de Geschriften van Franciscus, zoals die ons zijn overgeleverd. En daar heb ik maar één verwijzing gevonden naar concrete onvrijwillige armen in de 12e en 13e eeuw. Die staat in de eerste Regel van Franciscus: “En zij moeten zich verheugen als zij het leven delen van waardeloze en verachte mensen, van armen en zwakken, van zieken, melaatsen en bedelaars langs de weg (RegNB 9,2.).” Verderop spreekt Franciscus ook nog over aalmoezen als “een erfdeel en een recht dat aan de armen toekomt” en stelt hij dat “de schande” van het weigeren van aalmoezen “niet toegerekend wordt aan hen die ze ondergaan maar aan hen die ze aandoen” (RegNB 9,8 en 9,7). Maar dat is het dan ook wel. In de pauselijk goedgekeurde regel, twee jaar later, is geen van deze uitspraken trouwens nog terug te vinden. Van de geschriften moeten we het dus kennelijk – en ook weer: op het eerste gezicht! – niet echt hebben.

Bedelaars langs de weg
Die hele trits mensen die Franciscus in RegNB 9,2 noemt is overigens interessant. Bedelaars, zoals Franciscus die met name daarin noemt, hadden vaak toch een soort gevestigde positie in de stad waar zij hun beroep uitoefenden. Want het was een beroep in die tijd, vooral voor de bedelaars in de steden. Die hadden hun vaste plaatsen om te bedelen, mensen kenden hen, en de mensen van de stad zullen er over het algemeen wel voor gezorgd hebben dat ze niet van de honger of van de kou zouden omkomen. Van daaruit zijn mogelijk ook de twee citaten uit de eerste Regel van Franciscus, die ik boven aanhaalde, te verstaan. In zekere zin was het vragen van aalmoezen een algemeen erkend recht voor bedelaars, zoals het in zekere zin een plicht was voor het meer welgestelde deel van de bevolking om die aalmoezen ook te geven. Hoe dan ook hadden deze bedelaars een plaats in de gemeenschap, zelfs al was het ergens op de onderste trede. In zijn eerste Regel heeft Franciscus het echter nadrukkelijk over bedelaars langs de weg (iuxta viam mendicantes): het ‘langs de weg’ dat er in het Latijn staat hoort bij de ‘bedelaars’ en niet bij de ‘armen en zwakken, zieken en melaatsen’. Het gaat dus niet om de ‘gevestigde’ bedelaars. En hij noemt ze in één adem met nóg een heel specifieke groep mensen, namelijk melaatsen. Van melaatsen is bekend dat ze nadrukkelijk buiten de gemeenschap stonden. Het waren als het ware niet-mensen. En van Franciscus en zijn broeders is bekend dat ze een bijzondere voorliefde hadden voor het leven en werken onder melaatsen. Sterker nog: Franciscus beschouwde zijn ontmoeting met een melaatse als een zeer belangrijk moment in zijn bekering. In zijn Testament noemt hij het als het begin van zijn leven ‘in boetvaardigheid’ (Test 1). Het moment dat hij een melaatse niet langer zag als niet-mens maar als mens.

Barmhartigheid voor ‘oud vuil’
Daarom durf ik de stelling aan dat Franciscus – met die trits armen die hij in de eerste Regel noemt – het feitelijk heeft over die mensen die buiten het verband stonden van gemeenschap en verwantschap, wat in zijn tijd betekent dat ze buiten de samenleving stonden. En dat kennen we in onze tijd ook. Zelf werkte ik eind jaren 1980 een halfjaar in Rotterdam bij Frans Tweedehands. Hier werden jongens opgevangen met een achtergrond in verslaving of gevangenis – vaak met beide – om hun leven weer op de rails te krijgen. Later, tijdens mijn theologiestudie in de jaren 90, liep ik een tijdlang mee met de mensen die Straatnieuws maken, de Utrechtse daklozenkrant. Eén van onze dakloze verkopers zei me toen eens: “Geen dak boven je hoofd hebben, dat is nog tot daar aan toe. Dat mensen je als oud vuil zien, dat is pas beroerd.”

(wordt vervolgd)

Dit artikel is geplaatst in Franciscaans Leven en een bewerking van een eerder gehouden inleiding op de ontmoetingsdag in maart 2013 van de Franciscaanse Gideonsbende

Gebruikte afkortingen die verwijzen naar de Geschriften van Franciscus:
RegNB: Eerste Regel van Franciscus
Test: Testament van Franciscus

De Geschriften zijn o.a. verkrijgbaar via het Dienstencentrum van de Franciscaanse Beweging. Zie hiervoor http://www.franciscaansebeweging.nl/shop/boeken/franciscus-van-assisi-de-geschriften/31980/. Voor meer informatie over de Geschriften (incl. enkele citaten): http://www.franciscaansebeweging.nl/content/over-de-beweging/inspiratie-uit-het-begin/geschriften-van-franciscus/145/.

Categorieën: franciscus, geloof, overdenkingen | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Franciscus: profeet van de menselijke waardigheid (deel 1)

In december vorig jaar verscheen een (nogal lang) artikel van mijn hand in Franciscaans Leven, Tijdschrift voor Fransciscaanse Spiritualiteit. Het ging over de vraag: waarom zouden volgelingen van Franciscus van Assisi zich toch druk maken over armoede? Het leek me een goed idee om het ook op dit blog te plaatsen, al was het maar omdat dit het eerste artikel is dat ik publiceerde na mijn promotie in oktober 2012. En omdat het – zei zij zonder valse bescheidenheid – een lezenswaardig artikel is. Vanwege de lengte heb ik het in afleveringen opgedeeld. Deze week de eerste aflevering.

=========================

Franciscus: Profeet van de menselijke waardigheid

In het najaar van 2012 zag de Franciscaanse Gideonsbende het levenslicht. Geïnspireerd op soortgelijke initiatieven in het land – zoals de Gideonsbende van Maarssenbroek – wil dit kleine groepje mensen handen en voeten geven aan maatschappelijke betrokkenheid en actie in Franciscaans verband. Voor het eerste volle jaar van haar bestaan heeft de ‘bende’ als thema gekozen: verborgen armoede. Op het eerste gezicht lijkt het ook voor de hand te liggen dat wij ons als volgelingen van Franciscus druk zouden maken over armoede. Maar ik zeg daar met opzet bij: “op het eerste gezicht”.

Franciscus en armoede horen natuurlijk onverbrekelijk bij elkaar. Maar de armoede van Franciscus, die hij zelf zo uitbundig bezongen heeft, is een ander soort armoede dan de armoede die hier vandaag centraal staat. Voor Franciscus was armoede geen noodzaak. Het was een levenspad dat hij ging uit overtuiging, uit vrije wil. Want zó, en niet anders, zag voor Franciscus de navolging van Christus eruit. Leven zonder bezit, bedelen om te voorzien in je levensonderhoud, niet weten waar je ’s avonds je hoofd zult neerleggen. Dát was zijn – gekozen – levenswijze.

Onvrijwillige armoede
Dat is echter heel andere koek dan de armoede die een mens onvrijwillig treft. De armoede die een mens aangedaan wordt, door een samenleving en een economische structuur die ertoe leidt dat – aan de ene kant – sommige mensen van malligheid niet weten wat zij moeten doen met het geld waarover zij beschikken. En dat – aan de andere kant – een veel groter aantal mensen zich iedere keer weer moet afvragen hoe ze rond moeten komen. Mensen die daar vaak ook weer heel creatief in worden, en die het vaak dragen met een verbazingwekkende veerkracht. Mensen die in armoede leven zijn niet ‘zielig’. Als ik dát zou zeggen, zou ik een groot aantal mensen ongelooflijk tekort doen. Maar armoede blijft wél armoede en moet ook zo genoemd worden. En er zit één groot en doorslaggevend verschil in met de armoede van Franciscus. Het is geen vrije keuze. En dat roept de vraag op: wat hebben volgelingen van een mens die in vrijwillige armoede leefde dan met mensen die onvrijwillig in armoede leven?

(Wordt vervolgd)

Dit artikel is geplaatst in Franciscaans Leven en een bewerking van een eerder gehouden inleiding op de ontmoetingsdag in maart 2013 van de Franciscaanse Gideonsbende

Categorieën: franciscus, geloof, overdenkingen | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Paul van Tongeren over Franciscus en vrijheid

In mijn blogpost van 1 juni noemde ik spiritualiteit een ‘buzz-woord’, een woord dat overal rondzingt. Zo hebben we er meer in onze tijd. Neem nu alleen het woord ‘vrijheid’. Bestaat er een vaker misbruikt woord dan juist dát woord?

Vorige maand had ik het grote genoegen een interview te doen met professor Paul van Tongeren, hoogleraar wijsgerige ethiek aan de Nijmeegse Radboud Universiteit en schrijver van het in 2012 verschenen boek Leven is een kunst. Het interview staat deze maand als hoofdartikel in het nieuwe nummer van Franciscaans Maandblad, de spreekbuis van de Franciscaanse Beweging. Een paar passages uit dit interview wil ik graag met u delen, al was het maar vanwege de geheel eigen kijk van Paul van Tongeren op dat buzz-woord: vrijheid.

In ‘Leven is een kunst’ is één van uw beginstellingen dat leven met alleen het hoogst noodzakelijke geen leven is, maar alleen maar over-leven. En dan is er zo’n Franciscus die er bewust voor kiest om te leven met alleen het hoogst noodzakelijke. Hoe verhoudt zich dat tot elkaar?

“Ik schrijf dat leven pas een kunst wordt – dat wil zeggen: iets dat niet ‘er net zo goed niet had kunnen zijn’ – als het niet enkel ‘overleven’ is. Franciscus heeft volgens mij laten zien, dat dat óók kan als je voor dat overleven met het hoogst noodzakelijke genoegen neemt. Aan de andere kant: ook Franciscus had het noodzakelijke echt wel nodig. Maar het genoegen nemen met alleen dat noodzakelijke gaf hem juist een grote vrijheid. Er zit trouwens wel een paradox in die vrijheid van Franciscus. Want zijn manier van leven kwam voort uit een fascinatie voor God en Christus. ‘Gefascineerd’ betekent letterlijk ‘geboeid’; schijnbaar toch het tegengestelde van vrijheid.”

U heeft het over vrijheid. Dat is een veelgebruikt woord in deze tijd, maar wat bedoelt ú ermee?

“Tja… Ik gebruik het woord omdat ik daar in het begin op kwam, dat Franciscus tot vrijheid kwam doordat hij genoegen nam met het noodzakelijke. Als ik het over vrijheid heb… dat heeft op de eerste plaats een negatieve betekenis in de zin van: nergens aan verslaafd zijn, niet aan iets vastzitten. Een positieve duiding geven is lastiger. (…) Wat vrijheid is, zie je misschien ook in de kunst. Een kunstenaar moet vrij zijn om kunst tot stand te brengen. Maar dat neemt niet weg dat de kunstenaar van alles moet; je moet je vaardigheden verwerven, het ambacht leren. En je moet natuurlijk dat penseel of die beitel hanteren. Maar als het lukt, voelt dat moeten niet als een belemmering. Het is een verbinding van activiteit en passiviteit, ontvankelijkheid. Ik ken een kunstenares; die is soms aan het werk in haar atelier en komt er bij wijze van spreken pas achteraf achter dat ze iets gemaakt heeft. Het ‘ging als vanzelf’, al is ze naderhand wel doodmoe. Daar zie je die mix van activiteit en passiviteit. Ik denk dat je hetzelfde ook ziet in religiositeit. Ook daarin is er sprake van zowel actief en passief, ontvankelijk. Alle grote religieuze figuren werden gekenmerkt door die combinatie van activiteit en passiviteit.”

De klassieke deugdethiek legt veel nadruk op ‘de juiste maat’. U geeft in uw boek aan dat het vinden van die juiste maat een probleem is in onze tijd. Kan genoegen nemen met alleen het noodzakelijke hier uitkomst bieden?

“De juiste maat, of ‘genoeg’, is niet per definitie hetzelfde als ‘alleen het hoogst noodzakelijke’. Dat kán het zijn, maar dat is niet voor iedereen weggelegd. Aan de andere kant hebben we wel die mensen nodig voor wie alleen het noodzakelijke inderdaad genoeg is. Zij zijn een teken dat het ánders kan, dat je een goed leven kunt hebben zonder steeds maar meer bezit. Dat moet niet opzichtig gebeuren, maar is wel een teken.”

“Maar het kan ook met meer dan alleen het noodzakelijke. Als ik meer mogelijkheden heb om iets van de wereld te zien, vergroot dat ook mijn vrijheid. Maar de kans bestaat dat meer bezit juist je vrijheid inperkt. Pasgeleden was ik drie maanden in Zuid-Afrika. Daar woonde ik bijvoorbeeld veel kleiner dan hier; en vanwege de bagage-beperkingen in het vliegtuig kon ik maar twintig boeken meenemen terwijl ik er hier iets van tweeduizend heb. Maar op de een of andere manier voelde ik me zo wél veel vrijer. Met veel bezit tot vrijheid komen is kennelijk lastiger dan met weinig. Niettemin komt het in wezen aan – en dat is in de klassieke deugdethiek al zo – op de juiste maat, de juist proportie. Die kan voor verschillende mensen heel verschillend zijn.”

Categorieën: franciscus, overdenkingen | Tags: , , , , , , | 1 reactie

Blog op WordPress.com.