Berichten getagd met: ganzevoort

Spelen met heilig vuur – maar welk vuur? Deel 2

Bij de vorige blogpost heb ik – ook al om te voorkomen dat het een ellenlang stuk zou gaan worden – het vooralsnog moeten laten bij de (hopelijk wel goed onderbouwde) stelling dat theologie geen religiewetenschap is, en derhalve geen reflectie is op religie maar op geloof. Ik zou hier nog iets dieper op in willen gaan, want het is een punt dat me aan het hart gaat.

Daarvoor wil ik eerst weer even terugkomen op Ruard Ganzevoort’s ‘Spelen met heilig vuur’. Ruard pleit hierin voor een ‘publieke theologie’. Als tegengesteld aan de ‘binnenkerkelijke theologie’ die tot op de dag van vandaag een groot deel van de theologie-beoefening in ons land uitmaakt. In dit pleidooi kan ik me onverkort vinden. Maar niet in de eerste plaats omdat de christelijke geloofsgemeenschap in onze tijd in de marge terecht is gekomen, en binnenkerkelijke theologie dus geen mens meer aanspreekt. Het gaat mij om de zeggingskracht van onze christelijke traditie zélf – van dat hele veelkleurige erfgoed, waar ook tot op de dag van vandaag nog steeds aan voortgebouwd wordt (Goddank!). De woorden van de Tenach en de Evangeliën, de geschriften van de kerkvaders en -moeders (ja, ook die zijn er geweest), de levenspraktijk in kloosterorden en andere religieuze bewegingen, de schoonheid én de pijn van de christelijke mystici – ze hebben tot op de dag van vandaag wat te zeggen. Véél te zeggen. Ook in onze huidige samenleving. Als richtingwijzer en kritisch tegenover, als troost en als uitdaging aan hedendaagse mensen. Ze zijn misschien verwezen naar de marge van de samenleving, maar ze zijn geenszins uitgepraat. Tenzij niemand ze meer láát spreken. Hetzij doordat ze worden opgesloten in het eigen kleine kringetje van de binnenkerkelijke theologie en praktijk, hetzij doordat ze – en ik weet het, ik zeg het nu gechargeerd – op één hoop worden gegooid met alle andere wijsheidstradities (om de term van Ruard te gebruiken). Een traditie waar mensen al 2000 jaar lang in geleefd, geademd en bewogen hebben heeft haar eigen stem. Niet om voor eens en altijd voor waar te worden aangenomen, maar als eigenstandige gesprekspartner. Om met de woorden van Paul van Tongeren te spreken: het is een gesprek dat al vele eeuwen gaande is op het moment dat wij ons erin mengen.

Eerder stelde ik al dat geloof over waarheid gaat, maar over een ander soort waarheid dan de waarheid die over feiten gaat. Het gaat over datgene waar je je leven op kunt bouwen, wat waarachtig is. Dat is niet de waarheid van “God heeft de wereld in zes dagen geschapen”. Het is de waarheid die zegt: “gerechtigheid en barmhartigheid, dat hebben we nodig om met elkaar een menswaardig leven te leiden”. En: “wees goed voor de vreemdelingen in je midden, want zélf ben je ook vreemdeling en gast op aarde”. Dit is het soort waarheid waar geloof – en daarmee theologie – over gaat. Dat gaat niet over de kerk, en misschien zelfs niet in de eerste plaats over God. Het gaat over een menswaardig leven, of in de woorden die ‘mijn’ directeur, Manuela Kalsky, zo graag gebruikt: “het goede leven voor allen.” Ik heb hiervoor woorden gebruikt uit de christelijke traditie, maar dit soort waarheid is niet exclusief voor de christelijke traditie. Daarin heeft Ruard dan weer groot gelijk: waarheid is in veel meer tradities te vinden. Maar om die tradities aan het woord te kunnen laten moeten ze wél gerespecteerd worden in hun eigenstandigheid. Ook die christelijke traditie die in onze samenleving zo in de marge terecht is gekomen.

Daarmee heb ik de vraag nog niet beantwoord, hoe ik dan omga met de religieuze veelvormigheid, waarvan ik eerder zélf gesteld heb dat ik die serieus wilt nemen. Daarover een volgende keer meer.

Advertenties
Categorieën: geloof, overdenkingen | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Spelen met heilig vuur – maar welk vuur?

Ruim een week geleden, op de eerste dag van de zomer, was Rotterdam het toneel van twee interessante bijeenkomsten. De één ’s middags in de Steigerkerk. Hier heb ik vorige week al iets over geschreven. De ander was ’s avonds aan boord van de SS Rotterdam, en dit was de Nacht van de Theologie. Bij de één was ik aanwezig, bij de ander niet omdat ik toen aan boord van een heel ander schip was, namelijk de klipper de ‘Avontuur’ van Tom en Marleen. En dat laatste had niets met theologie te maken maar was gewoon een avond fijn zeilen op het Markermeer.

Bij de Nacht van de Theologie gaf ik dus geen acte de présence, maar ik heb er wel het één en ander van meegekregen. Al was het maar omdat ‘mijn’ directeur, Manuela Kalsky, daar een reactie gaf op het essay of ‘pamflet’ dat Ruard Ganzevoort geschreven heeft ter gelegenheid van de Nacht. ‘Spelen met heilig vuur‘, noemde hij het. Zijn grondstelling daarin is dat de theologie haar waarheidsclaims moet opgeven. Op zich is mij dit uit het hard gegrepen. Geloof gaat over waarheid – maar het is een ander soort waarheid dan de waarheid die over feiten gaat. Als voorbeelden van dat laatste noemt Ruard de vraag of de aarde in zes dagen geschapen is, en de vraag of ‘God’ bestaat (Ruard zet dit woord steeds tussen aanhalingstekens). Over dat soort waarheid gaat geloof – en dus ook theologie, als de reflectie op geloof – nadrukkelijk niet, wat veel gelovigen hier ook over zeggen. Ruard bouwt hierop voort door te zeggen dat de theologie het gegeven dat we in een veelkleurige wereld wonen serieus moet nemen. Ook hierbij: helemaal akkoord. Vervolgens maakt hij echter hieruit de gevolgtrekking dat de theologie haar eenzijdige koppeling aan een bepaalde religieuze stroming achter zich moet laten. En hier scheiden zich onze wegen. Hier ga ik pertinent niet mee akkoord.

Het ‘scheiden van onze wegen’ heeft waarschijnlijk alles te maken met een verschillende kijk op wat theologie zou moeten zijn. Voor Ruard is het de bestudering van wijsheidstradities en van de omgang met het heilige (in zijn eigen woorden). Daarbij bekruipt mij onmiddellijk de vraag of hij niet bezig is om theologie te verwarren met ‘religiewetenschap’. En dat is een verwarring die nogal breed verspreid is. Ik heb theologie hierboven ‘reflectie op geloof’ genoemd. Met nadruk niet ‘reflectie op religie’. ‘Religie’ is een fenomeen. Dat kan ik bestuderen, en dat kan zelfs heel boeiend zijn. Maar het wordt nooit meer dan een fenomeen. ‘Geloof’ daarentegen is een levenshouding, die nooit los gezien kan worden van concrete mensen. Van hun manier van in het leven staan, hun verhouding tot andere mensen, uiteindelijk hun verhouding tot God (zonder aanhalingstekens). En er komt nog iets anders bij. In de visie van Ruard staat de theoloog uiteindelijk op zichzelf. Daarbij, aldus Ruard, doet het er niet zozeer toe uit welke bron ik zelf put; het gaat er veel meer om de wijsheid uit de verschillende bronnen te laten oplichten. Ik wil hier tegenover stellen dat de bron er wel degelijk toe doet. Theologie is vanouds ingebed in een geloofsgemeenschap. Ze wordt verricht vanuit die geloofsgemeenschap en staat ten dienste daarvan. Een theoloog is iemand die reflecteert, niet in de eerste plaats op haar of zijn persoonlijke geloof – al zal dit altijd een rol spelen in die reflectie, juist omdat het eigen geloof nooit buiten haken kan worden gezet – maar op het geloof van de geloofsgemeenschap, dat wil zeggen: op haar grondslagen en dagelijkse praktijk.

Dat is dan allemaal goed en wel, maar het roept in onze tijd wél een aantal vragen op. Hoe ga ik dan om met het blote feit dat de christelijke geloofsgemeenschap in ons land door de jaren heen een minderheidspositie heeft gekregen en nog steeds krimpt? En hoe ga ik om met de religieuze veelvormigheid, waarvan ik eerder zélf gesteld heb dat ik die serieus wilt nemen?

Daarover een volgende keer meer.

Categorieën: geloof, overdenkingen | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Blog op WordPress.com.