Berichten getagd met: interreligieuze dialoog

Geweld en het ware geloof

In de christelijke geloofsgemeenschap is afgelopen woensdag de vastentijd begonnen, de voorbereiding van veertig dagen (zes en een halve week, de zondagen tellen niet als vastendag) op het belangrijkste christelijke feest: het Hoogfeest van Pasen. Nu las ik in de afgelopen dagen een harverwarmend bericht. Moslims in verschillende landen gaan dit jaar meedoen met het christelijke vasten, uit interreligieuze solidariteit, uit erkentelijkheid voor de liefde en het respect die zij zelf van christenen hebben ervaren, en ook om te laten zien dat de islam een godsdienst van vrede is – ook voor andersgelovigen. In een ander bericht las ik dat meer dan duizend Noorse moslims gisteren, zaterdag 21 februari, een menselijk schild hebben gevormd rondom de synagoge in Oslo. Ook hiervan is de achtergrond:  solidariteit met andersgelovigen. En in ons eigen Amsterdam vindt vandaag een solidariteitswandeling plaats van de synagoge op het JD Meijerplein naar de Al Kabir-moskee aan de Weesperzijde. Deze drie gebeurtenissen staan in schril contrast tot alle geluiden die we in de nasleep van de aanslagen in Parijs en Kopenhagen weer volop hebben kunnen horen: dat religie in het algemeen, en de islam in het bijzonder, een bron van geweld is. Islam is het ware geloof en iedereen die hier niet in meegaat is een ongelovige, die te vuur en te zwaard – of in onze tijd: met bommen en granaten – bestreden moet worden. Lees verder

Categorieën: cynisme, oorlog en vrede, overdenkingen | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Klein theologisch credo

“Het is één van de taken van de theologie het geloof in en deze hoop op een menslievende, bevrijdende heilsmacht die het kwade wil overwinnen, veilig te stellen.”
Edward Schillebeeckx in ‘Mensen als verhaal van God’ (1989) Lees verder

Categorieën: geloof, overdenkingen, theologie | Tags: , , , , , , | 1 reactie

Echte gelovigen: wat bedoelt u?

Afgelopen vrijdag, een méér dan boeiende avond in De Nieuwe Liefde. Georganiseerd onder auspiciën van de Edward Schillebeeckx Leerstoel voor Theologie en Samenleving, waarin De Nieuwe Liefde samenwerkt met mijn werkgever, het DSTS. En dan ook nog eens ter ere van de 99e verjaardag van Edward Schillebeeckx, naar wie de leerstoel is genoemd. Aangezien ik zelf een aanzienlijk deel van mijn werktijd van de afgelopen twee weken (en daarvoor) in de organisatie had gestopt, was het voor mij overigens des te bevredigender dat het een zeer geslaagde avond is geworden.

Het ging over soefisme, die vaak onbekende en/of verkeerd begrepen mystieke stroming in de islam. Onbekend, omdat veel Nederlanders islam vooral kennen als een godsdienst van regels en wetten, en er geen idee van hebben dat de islam ook genoeg vrome mensen kent die met hart en ziel verlangen naar de ervaring van Gods aanwezigheid. Vrijdagavond heeft echter nog eens goed laten zien hoezeer een stroming als het soefisme is ingebed in het geheel van de islam. We hadden dan ook experts als gastsprekers, die zowel erudiet waren als bewogen, kritisch en betrokken. In de zaal was niet alleen het ‘doorsnee’ Nieuwe-Liefdepubliek maar ook een aardig aantal jonge moslims, die overigens ook een flink deel van de vragen vanuit het publiek voor hun rekening namen. En daarbij ook een grote betrokkenheid toonden. Verschillende van hen voelden zich aangetrokken tot het soefisme, maar vroegen zich bijvoorbeeld af hoe dat in Nederland meer bekendheid kan krijgen.

2013-05-19_01

Na afloop, toen we als organisatoren en publiek nog even van een goed glas genoten en napraatten, raakte ik in gesprek met één van de gastsprekers, Kari Vogt, in haar vaderland Noorwegen een zeer bekende islam-expert. Het gesprek kwam erop hoe vanzelfsprekend soms het verstaan kan zijn tussen gelovige moslims en gelovige christenen (zij is zelf overtuigd katholiek). Daar zei ik op een zeker moment over: “werkelijk gelovigen verstaan elkaar over grenzen heen”. Op dat moment klonk dat volkomen overtuigend. Pas later, in de trein op weg naar huis, begon ik vraagtekens te zetten bij mijn eigen uitspraak. Wat bedoel ik dan met ‘werkelijk gelovigen’? Is iemand in de ‘bible belt’ op de Veluwe, wiens hele leven zich om het christen-zijn afspeelt, dan niet werkelijk gelovig? Toch zou ik me die niet zo gauw in een zusterlijk/broederlijk geloofsgesprek met een vrome moslim kunnen voorstellen. Conclusie: mijn uitspraak klopt niet helemaal. Wat bedoelde ik dan wél?

Er is een oneindig groot aantal manieren om te geloven. Waarschijnlijk evenveel als er mensen zijn. Maar ik vermoed dat er één aspect is, dat het grote verschil uitmaakt. Dat is de vraag: gaat het om een open manier van geloven of om een gesloten manier? Toen ik het had over ‘werkelijk gelovigen’, bedoelde ik ‘werkelijk gelovigen op een open manier’. Of misschien bedoelde ik wel feitelijk ‘God-zoekers’ (ik vermoed dat Kari het ook in die zin verstond). En dat heeft dan weer te maken met wat ik eerder noemde ‘met hart en ziel verlangen naar de ervaring van Gods aanwezigheid’. Om te verlangen naar die ervaring, moet je je open stellen. Je moet God de ruimte geven om tot je te komen. Het gaat uiteindelijk om een Gods-ontmoeting, en een ontmoeting heeft altijd twee kanten. Zoeken betekent ook: niet helemaal weten wat je zult vinden. Als ik een echte zoeker ben laat ik de mogelijkheid open dat God wel eens anders zou kunnen zijn dan ik denk. 

Dit sluit dan weer aan bij een van de andere gastsprekers, Vincent Cornell. Hij haalde een uitspraak van Schillebeeckx aan: “God heeft zo’n overvloed aan waarheid dat hij nooit volledig geïnterpreteerd kan worden door maar één religie (…) God is altijd nieuw en groter dan alle religies tezamen.” Dat is iets waar een oprechte God-zoeker terdege rekening mee moet houden. En tegelijk is dat ook juist het punt waarop oprechte God-zoekers uit allerlei verschillende tradities elkaar vinden. Ook al geven ze zelf misschien een heel andere naam aan wat ik ‘God zoeken’ noem. Maar, zoals ik al eerder eens heb geschreven: een religie is als een taal. Ik spreek Christelijk; dat is mijn taal (net als die van Schillebeeckx). Dat maakt het soms lastig om je te verstaan met gelovigen uit andere tradities. Maar zoals liefde en vreugde vaak ook te communiceren zijn zonder taal, dwars door taalbarrières heen, zo is het ook met het zoeken naar God. Werkelijke God-zoekers verstaan elkaar, dwars door alle religieuze barrières heen.

Godlof daarvoor!

Categorieën: geloof, lofzang, overdenkingen | Tags: , , , , , | 1 reactie

(Opnieuw) de vraag naar pluraliteit: een analogie

Net vóór de zomervakantie, op 6 juli, liet ik de bloglezer en mezelf zitten met niet meer dan een begin van een antwoord op een vraag. Het ging erom hoe we religieuze veelvormigheid, of pluraliteit, serieus kunnen nemen zonder daarmee alle tradities op één hoop te gooien. Ik wil die vraag opnieuw opnemen, want ik ben er nog lang niet klaar mee.

Het heeft me altijd gehinderd als ik iemand hoor spreken over “religie” in algemene zin, als een soort generiek verschijnsel waar verschillende uitingsvormen van bestaan. Deze voorstelling doet volgens mij geen recht aan de realiteit. De realiteit is dat er niet zoiets als “religie” bestaat. Wat wél bestaat zijn religies, in meervoud dus. Ieder met haar eigenheid, unieke wordingsgeschiedenis, unieke manier van uitdrukken. Er is geen universaliteit in de religies; er bestaat slechts particulariteit. Om dit wat verstaanbaarder te maken, zoek ik mijn toevlucht tot een heel alledaagse analogie. Alledaags omdat het een analogie is met iets waar wij zo’n beetje ieder moment van ons menselijk bestaan mee te maken hebben: taal.

Hoewel alle talen ter wereld (alweer: meervoud) grosso modo dezelfde functies vervullen, zoals met name menselijke communicatie en menselijke uitdrukking, is er geen universaliteit in taal. Er is geen taal in algemene zin, waar verschillende vormen van bestaan. Er is wel geprobeerd om een soort meta-taal te identificeren – zoals bijvoorbeeld door Algirdas Greimas, de vader van de Parijse School in de semiotiek – maar dat blijft kunstmatig. De enige manier waarop we taal kunnen kennen en hanteren, is via een taal. Een particuliere taal, zoals het Nederlands, Engels, Hindi, Quechua of Mandarijn-Chinees. Een taal waarin mensen geboren worden en opgroeien, die een onvervreemdbaar deel is van hun leven en van de cultuur die hen omringt. En die tegelijk soms tekort schiet om de werkelijkheid van een mensenleven uit te drukken. Soms omdat er dingen zijn die op geen enkele manier in woorden zijn uit te drukken, en soms omdat sommige dingen in de ene taal beter uit te drukken zijn dan in de andere. Zoals bijvoorbeeld het beroemde en beruchte ‘gezelligheid’ in de Nederlandse taal. Het ‘senang’ uit het Indonesisch. Of het ‘crisp’ van een in het Brits-Engels beschreven herfstdag. Ook is het zo dat de meeste mensen maar één taal werkelijk vloeiend spreken; meestal is dat de taal van hun jeugd. Er zijn echter mensen die twee (of zelfs meer) talen met evengroot gemak gebruiken. Bijvoorbeeld omdat ze met twee talen zijn opgegroeid, of omdat ze op enig moment in hun leven zó gegrepen zijn door een taal die niet hun moedertaal is, dat ze zich deze helemaal eigen hebben gemaakt. Verder kunnen talen op elkaar lijken – we spreken niet voor niets van ‘taalfamilies’ – maar ook volkomen verschillend zijn. Nederlands en Duits lijken meer op elkaar dan Nederlands en ChiChewa (de nationale taal van Malawi) of Nederlands en Japans. Tenslotte is een taal op zich een neutraal iets; je kunt haar gebruiken om te vervloeken en om te zegenen. Het hangt maar helemaal af van de intenties van de spreker.

Ik kan nog wel een hele tijd doorgaan met deze verhandeling over de menselijke talen, maar daar was het me niet om te doen. Waar het me om te doen is, is de gelijkenis tussen talen enerzijds en religies anderzijds. Beide kennen we alleen in hun particulariteit. Net zo min als we achter de afzonderlijke talen kunnen doordringen tot de essentie van “taal” als universeel begrip, kunnen we achter de afzonderlijke religies doordringen tot een soort universele religie. Die bestaat niet. En de dingen die ik hierboven uiteengezet heb over de menselijke talen gaan – naar mijn inzicht – ook op voor de religieuze tradities, waar onze menselijke wereldgemeenschap zo rijk aan is. Er zijn dingen die in de ene religie beter tot hun recht komen dan in de andere. De verlichting als ultieme mogeiljkheid van de menselijke geest, die centraal staat in het Boeddhisme, en de menselijke feilbaarheid en kwetsbaarheid, waar het Christendom zoveel nadruk op legt, zijn beide facetten van onze condition humaine. De meeste gelovige mensen houden het bij één religieuze traditie, maar er zijn ook mensen die zich goed thuis voelen in twee of zelfs meer tradities. Religies kunnen een familiegelijkenis vertonen, zoals Christendom en Islam die beide het geloof in één God belijden. Maar ze kunnen ook heel verschillend zijn; Jodendom en Hindoeïsme vertonen bijvoorbeeld veel minder overeenkomsten. Tenslotte is het goed mogelijk om een religieuze traditie in te zetten tot onheil, maar ook tot heil. En met dat laatste kom ik weer terug bij de uitspraak van Edward Schillebeeckx waarmee ik mijn blogpost van 6 juli besloot. “Beslissend is dus niet de uitdrukkelijke bevestiging of ontkenning van God, maar het antwoord op de vraag: voor welke kant kies je in de strijd tussen goed en kwaad, tussen onrecht en recht?”

Deze post werd geschreven naar aanleiding van een gesprek vanmiddag, aan het eind van de lunchpauze, met mijn zeer gewaardeerde collega André van der Braak. André is hoogleraar Boeddhisme aan de VU en de komende vier jaar ook onderzoeker aan het DSTS.

Categorieën: geloof, overdenkingen | Tags: , , , , | 1 reactie

God is te groot voor één enkele traditie

Ik zou nog even door willen gaan met de overdenkingen over traditie, die ik vorige week begonnen ben. In mijn eerdere blogpost heb ik de nadruk gelegd op de eigen zeggingskracht van de christelijke traditie, die – in mijn ogen – in 2013 nog steeds uiterst relevant is. De vraag die ik nog even had laten liggen is die naar de omgang met de religieuze veelvormigheid – of pluraliteit, in wetenschappelijke termen – die dagelijkse realiteit is in het Nederland van vandaag.

Om een begin van een antwoord te formuleren op die vraag doe ik een beroep op die grootste onder de 20e-eeuwse Nederlandstalige theologen: Edward Schillebeeckx. In 1989 verscheen de laatste van zijn grote werken: Mensen als verhaal van God. De verhouding tussen de christelijke traditie en andere religieuze tradities is één van de thema’s die hij daarin oppakte. Hij deed dit in strikt christelijke termen, en dit is wel eens gebruikt om te betogen dat hij (kort door de bocht gezegd) uiteindelijk de andere tradities toch niet helemaal serieus nam. Ik vind dat hem hiermee onrecht gedaan wordt. Schillebeeckx sprak in christelijke termen om de simpele reden dat hij christelijk theoloog was. Dit was zijn ‘taal’, hij had geen andere. Een moslim-theoloog – ik noem maar een dwarsstraat – die het over andere tradities heeft zal dat in islamitische termen doen, en dat hoeft geenszins te betekenen dat die ze niet serieus neemt.

Hoe dan ook, één van de vragen die Schillebeeckx zichzelf stelde was of we de religieuze pluraliteit niet als een principieel gegeven moeten zien, die voortkomt uit de grootheid van God zelf. Anders gezegd: God is altijd groter dan wij ons kunnen voorstellen met ons beperkte mensenverstand en voorstellingsvermogen. Dan zou het toch dwaasheid zijn om te beweren dat Hij (of Zij) in slechts één enkele traditie te vangen is. Erger nog: dat zou pure hoogmoed zijn.

Maar, kan ieder die dat wil hier tegenin brengen, betekent dat dan dat alle tradities zomaar uitwisselbaar zijn en dat het niet uitmaakt welke je aanhangt? Of, in wat meer wetenschappelijke taal, zet je zo de deur niet wagenwijd open voor religieus relativisme? Dit is een vraag die ik even serieus zou willen nemen als ik de realiteit van de religieuze pluraliteit serieus neem. Laat ik vanuit mezelf beginnen. Ik ben gelovig christen, de christelijke traditie is een onscheidbaar deel van wie ik ben, ik zou niet anders willen. Voor mij, als individuele gelovige, maakt het dus wel degelijk uit welke traditie ik aanhang. Maar dit is maar een heel gedeeltelijk antwoord op de vraag. Voor een wat steviger antwoord ga ik opnieuw bij Schillebeeckx te rade.

Edward Schillebeeckx begint zijn betoog in Mensen als verhaal van God met een uiteenzetting van wat volgens hem een oer-ervaring van mensen is die in feite aan de basis ligt van ieder religieus geloof. Hij spreekt hierbij over de menselijke ervaring van lijden en onderdrukking, “die basis en bron is van een fundamenteel ‘nee’ dat mensen uitspreken over de feitelijkheid van hun in-de-wereld-zijn”. Maar, zo meent hij, “dit onthult een openheid naar een andere situatie die wél recht heeft op ons beamend ‘ja’. (…) Bovendien zijn er, bij tijd en wijle, fragmentarische maar werkelijke ervaringen van zin en geluk (…) die het ‘open ja’ telkens opnieuw voeden, bevestigen en overeind houden.” En hij voegt hier veelbetekenend aan toe: “In deze ervaring vinden gelovigen en agnosten elkaar.” En ik zou hier zelf aan toe kunnen voegen: “En hetzelfde geldt voor gelovigen uit heel verschillende religieuze tradities.” Hoewel Schillebeeckx in dit deel van zijn boek ook spreekt over de christelijk-gelovige interpretatie van deze ervaringen, legt hij er de nadruk op dat het gaat om algemeen-menselijke ervaringen van onzin en zin, onrecht en recht. De menselijke zin gaat vooraf aan de religieuze zin. En daarbij doet hij een uitspraak die ik als aanzet zou wilen gebruiken voor de vraag naar het religieuze relativisme: “beslissend is dus niet de uitdrukkelijke bevestiging of ontkenning van God, maar het antwoord op de vraag: voor welke kant kies je in de strijd tussen goed en kwaad, tussen onrecht en recht?”

Ik heb hier alleen maar een eerste aanzet kunnen geven; de maximale omvang van een blogpost, zoals ik die aan mezelf heb opgelegd, is alweer bereikt. Maar het einde van de vraag nog geenszins. Daarom, opnieuw: hierover een volgende keer meer.

(Citaten afkomstig van pp. 25-27 van Mensen als verhaal van God, verschenen bij uitgeverij H. Nelissen te Baarn, 1989)

Categorieën: geloof, overdenkingen | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.