Berichten getagd met: johannesgemeente

Een glimp van de Opstanding

Mijn favoriete muziekstuk in de Goede Week is al jarenlang de aria ‘Erbarme Dich’ uit Bach’s Matthäus Passion. Daar ben ik natuurlijk helemaal niet origineel in, maar dat deert me niet. Sinds ik het voor de allereerste keer hoorde heeft dit een muziekstuk me niet meer losgelaten. Alleen al vanwege de pure schoonheid ervan, het samengaan van tekst en muziek, de sobere en glasheldere instrumentatie. Maar ook vanwege de gelovige lading die het voor mij heeft. Het besef van onze feilbaarheid als mens, ons menselijk tekort en onze nood aan ontferming.

Toen ik de aria afgelopen woensdag hoorde, schoot ik vol. En ik dacht een gedachte die ik mezelf niet zo vaak toesta: wat een klotenwereld is het toch, die wereld waarin we leven. Lees verder

Categorieën: geloof, lofzang, oorlog en vrede | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Klein theologisch credo

“Het is één van de taken van de theologie het geloof in en deze hoop op een menslievende, bevrijdende heilsmacht die het kwade wil overwinnen, veilig te stellen.”
Edward Schillebeeckx in ‘Mensen als verhaal van God’ (1989) Lees verder

Categorieën: geloof, overdenkingen, theologie | Tags: , , , , , , | 1 reactie

Het grote drama van dood en opstanding

Als ik deze woorden schrijf is het Paaszaterdag, Stille Zaterdag. De meest onbestemde dag van het jaar. Gisteravond hebben we de kruisdood herdacht van Jezus van Nazareth, die Christus wordt genoemd, en naar wie wij, christenen, genoemd zijn. Morgen is het Pasen, het hoogste feest uit onze traditie, waarop wij dat ongrijpbare mysterie gedenken en overwegen, dat Opstanding wordt genoemd. Vandaag zit er tussen in. Vandaag verkeren we letterlijk tussen hemel en aarde. Lees verder

Categorieën: geloof, lofzang, overdenkingen | Tags: , , , , , , | 2 reacties

Advent – Het vieren van de hoop

Vandaag, 1 december, is de eerste zondag van het nieuwe kerkelijk jaar. Voor mij een bijzonder kerkelijk jaar. Het is het eerste kerkelijk jaar waar ik niet als rooms-katholiek aan begin maar als protestant. Sinds de zomer ben ik officieel lid van de Protestantse Gemeente Utrecht, wijkgemeente Overvecht – beter bekend als de JohannesCentrumgemeente. Voor het eerst in jaren heb ik weer een echt kerkelijk thuis. Dat klinkt misschien raar voor een theoloog. Het heeft me ook gehinderd, die lange jaren dat ik ‘kerkelijk dakloos’ was. De rooms-katholieke kerk wilde ik in eerste instantie niet opgeven. Maar tegelijk voelde ik me er ook niet meer thuis. Wél in de katholieke traditie, maar die is dan ook veel breder dan alleen de officiële RK kerk. Dat is ook de traditie die een Franciscus en een Dominicus heeft voortgebracht, een Clara, een Catharina van Siena, een Teresa de Avila en niet te vergeten ook een Dorothy Day. En dat blijft ook. Maar zonder dat ik er echt bij stilstond was ik al die tijd al ‘op weg naar de uitgang’ van de RK kerk. Het besluit om officieel over te stappen naar de Protestantse Kerk Nederland heb ik aan de ene kant vrij plotseling genomen, maar aan de andere kant was ik er allang naar toe gegroeid op het moment dat mijn besluit viel.

Voor beide kerken geldt echter dat het kerkelijk jaar zo’n vier weken voor Kerstmis begint met de eerste van de vier zondagen van de Advent. Advent is afgeleid van het latijnse Adventus, aankomst. In de donkere vier weken voor Kerstmis (tenminste: op het noordelijk halfrond zijn ze donker, want we zijn op weg naar de kortste dag) leven christenen toe naar de komst van Jezus, de Gezalfde. Ik heb de Advent altijd ervaren als een tijd van verlangen, van urgent verlangen zelfs. Ook als gelovig mens kan ik me soms hopeloos voelen als ik zie hoe het er aan toe gaat in de wereld, hoe mensen in de meest kwetsbare situaties het leven onmogelijk wordt gemaakt. Hoe mensen met geld en macht – de beroemde of beruchte ‘one percent’ waar de Occupy-beweging ons op gewezen heeft – zich schaamteloos meester maken van nóg meer geld en macht, en er nog mee weg komen ook. Hoe leugens en vertekeningen van de werkelijkheid worden ingezet om fundamenteel onrechtvaardige verhoudingen goed te praten. Hoe mensen schaamteloos gemanipuleerd en tegen elkaar uitgespeeld worden opdat de mensen met macht die macht toch maar kunnen behouden.

Tegen die harde realiteit in lijkt het bijna lachwekkend om zoiets als de Advent te vieren. En als je het nuchter bekijkt is het dat ook. ‘En toch….!’ is echter het hardnekkige weerwoord van de christelijke Schrift en traditie. Het is net als ik al eens schreef over zingen: op een wonderlijke manier schuilt er érgens een waarheid in die zich niet zomaar laat zien. Er wordt ook vanouds veel gezongen in de Advent. Liederen van verlangen, van urgent verlangen zelfs. “Scheur toch de wolken weg en kom“, zingen we in de Advent. En: “Dauwt, hemelen, van omhoog, en wolken, regent de Rechtvaardige“. En wat onze cantor vanmorgen na de viering nog op de piano in herinnering riep: “O kom, o kom, Emmanuel“. Op zulke momenten is het bijna voelbaar: het hoeft niet zo te zijn als het is, het kán anders. Advent is, kort gezegd, de tijd bij uitstek van het vieren van de hoop. Een hoop die nuchter bekeken bijna lachwekkend is. Een hoop tegen beter weten in. Maar bekeken met de ogen van het geloof is het juist die hoop die leven geeft.

Ik wens ons allemaal een hoopvolle Adventstijd toe.

Categorieën: geloof, lofzang | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Ter gedachtenis

Vanmorgen in de Johanneskerk, een bijzondere viering. Gedachteniszondag, viering van Allerheiligen en Allerzielen. Over onze geliefde doden, maar vooral over het licht van God dat door mensen heen straalt.

We hebben kaarsen opgestoken voor de gemeenteleden die in het afgelopen jaar gestorven zijn, en voor alle andere doden die we op deze dag bijzonder wilden gedenken. Ik heb er ook een aantal, waarvan de herinnering dagelijks met me meereist. Vooral mensen uit de vredesbeweging. Kees Koning, priester en radicaal vredesactivist, profeet van vrede, onverwachts dood gebleven in de zomer van 1996. Gerard van Alkemade, die in 2002 de biografie van Kees schreef en twee jaar later zelf stierf. In zijn gastvrije huis aan de Juffrouw Idastraat konden we altijd terecht als we een thuisbasis nodig hadden voor vredesacties in Den Haag. Zuster Pia Bal, die samen met haar toenmalige huisgenote Magdalena zoveel voor mij betekend heeft op een moment dat mijn leven op het punt stond om radicaal te veranderen. Maar ook twee medezusters en huisgenotes uit de tijd dat ik nog in Amersfoort in de Communiteit Sint Jan woonde. Hun foto’s hangen hier aan de muur van mijn woonwagen. Naast die van mijn vader, alweer bijna zeven jaar geleden gestorven.

Iemand die dood gaat, laat een gat achter. Dat is het eerste wat je merkt. En zo’n gat gaat nooit echt weg. Het wordt gaandeweg – als het goed is – een deel van je leven; maar het blijft een gat. Maar misschien is het ook wel juist dat gat, waardoor het licht kan schijnen van iemand die er zelf niet meer is. Dat licht van God, waar dominee Toos Wolters het vanmorgen in haar preek over had. Op heel verschillende manieren, want zoveel verschillende mensen laten verschillende gaten achter.

Het licht van mijn vader is dan ook nadrukkelijk zijn licht. En het lijkt wel of ik het steeds meer ben gaan waarderen in de loop van de jaren na zijn dood. Zijn humor en zijn vermogen om van het leven te genieten. Al die gekke relativerende uitspraken, die ik mezelf nog regelmatig hoor citeren. Zijn heel praktische inzet voor de gemeenschap waar hij zich deel van wist. Zijn rustige acceptatie van zijn eigen in aantocht zijnde dood – ondanks de zorg die hij had, hoe mijn moeder zich dan zou redden (dat is heel goed gelukt, pa, je kunt gerust zijn). En bovenal: zijn “ja” tegen het leven, tot het laatst aan toe.

Toen hij stierf zat ik nog midden in mijn promotie-onderzoek. Maar bij mijn promotie, een jaar geleden, was hij nadrukkelijk aanwezig – ik heb mijn proefschrift destijds aan hem opgedragen. Zoals ik toen in het voorwoord schreef: “Ik heb er alle vertrouwen in dat hij vanuit waar hij nú is – waar het, volgens de wijsheid van ons geloof, een stad van vrede is – met vreugde en voldoening ziet, dat het boek er nu eindelijk ligt.”

R.I.P. Ko Ransijn, 9 oktober 1927 – 8 januari 2007

Categorieën: geloof, overdenkingen | Tags: , | Een reactie plaatsen

Zingen: een andere waarheid

Volgens de overlevering is de uitspraak van de kerkvader Augustinus: “zingen is dubbel bidden.” Het is een uitspraak die – vermoedelijk – iedereen die met enige regelmaat in godsdienstig verband zingt, zal kunnen bevestigen. Maar er is nog iets anders mee aan de hand, bedacht ik me toen ik met Pinksteren in de Utrechtse Johanneskerk zat.

Tijdens de communie zong het koor een niet zo bekend lied met een tekst van Huub Oosterhuis: “Toen de Vijftigste gekomen was”. Een prachtig lied over de gebeurenissen destijds op die negenenveertigste dag na de Verrijzenis van Christus. Eén van die liederen die mij het gevoel kunnen geven van ‘groter te zijn dan je bent’ (sorry voor de wat vage omschrijving, maar ik heb er geen andere voor). Wonderlijk genoeg vind ik de twee regels aan het einde van het derde couplet nog het meest ontroerende. Ze gaan zó:

God heeft hem uit het dodenrijk gevoerd
en stralend aan zijn rechterhand verheven.

Het zijn regels die zó uit de traditionele kerkelijke leer zouden kunnen komen. Geen woorden die ik zomaar zou uitspreken. Te vroom. Kan ik niks mee in het dagelijks leven. Ik weet bij God niet wat ik me hierbij concreet moet voorstellen. Dat heb ik met wel meer van die traditionele kerkelijke leerstukken. En tóch – in de hele context van dit lied raken deze woorden me het meest van allemaal. Als ik dit zing, is het of er zich een enorme ruimte opent in mijn hoofd, in mijn borst, of ik opgetild wordt tot een hoogte waar ik zelf niet kan komen. Een hoogte waar de hoop op een betere wereld, met brood en liefde in overvloed voor allen, volstrekt reëel is. Waar al onze moeite om onze wereld te behoeden voor de verwoesting die haar aangedaan wordt omwille van winst en macht, uiteindelijk niet vergeefs zal blijken. Kennelijk – kénnelijk – zit er érgens een waarheid in deze woorden die zich niet laat zien als ik ze zomaar uitspreek. Als het niet meer zijn dan woorden. Zolang het niet meer zijn dan woorden, is het een vrome uitspraak, die ergens hoog boven het échte leven blijft zweven. Als ik ze zing – ik weet werkelijk niet wat er dan gebeurt, maar dan worden ze op een wonderlijke manier wáár.

Zingen is nog méér dan dubbel bidden. Het is ook als het openen van een andere wereld. Waarin waar is, wat in onze dag-dagelijkse wereld veel te pretentieus is, of veel te vroom, of veel te…. weet ik veel. Laten we daarom vooral zingen. Hoe meer hoe liever.

2013-05-25_01

Toen dan de Vijftigste gekomen was
der dagen na die eerste dat zijn graf
werd leeg bevonden, zaten wij terneer
rondom één tafel. Plotseling geschiedde
een storm van levensadem uit de hemel.
Vuurtongen stonden boven onze hoofden.

Zoals aan Mozes in een storm van vuur
werden die dag de tien volkomen woorden
in alle talen te verstaan gegeven
aan alle volkeren onder de hemel.
Gij, Israëls bevrijder, schenk uw wijzing
aan ieder mens in zijn geboortetaal.

Iedere dag bezochten wij de tempel
en wie ons vroeg getuigden wij van hem,
Jezus Messias: dat de langverwachte
nieuwe tijd nu gekomen was, in hem.
God heeft hem uit het dodenrijk gevoerd
en stralend aan zijn rechterhand verheven.

Wij leefden rond één tafel, deelden twijfel,
brood, ziel en pijn. En niemand was in nood
of leed gebrek. En allen spraken vrij.

Categorieën: geloof, lofzang, overdenkingen | Tags: , , , | 1 reactie

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.