Berichten getagd met: levenskunst

Dit is ook maar een mening

Eén van de columnisten van de website Nieuwwij.nl heeft een eigen bedrijfje als auteur. Onder een prachtig motto: ‘De kunst van weloverwogen woorden‘. Zo’n zinsnede moet je aandachtig proeven om de schoonheid ervan aan te voelen. ‘De kunst van wel-overwogen woorden’. Het heeft iets tegendraads in het huidige maatschappelijke klimaat. Het rebelleert – in al haar zorgvuldige overweging – tegen de wijd verspreide opvatting van ‘vrijheid van meningsuiting’ als ‘de vrijheid om alles te zeggen wat men wenst’. Dit lijkt misschien wat kort door de bocht, om opeens die vrijheid van meningsuiting erbij te halen. Ik zal het proberen uit te leggen – zo weloverwogen mogelijk. Lees verder

Categorieën: algemeen, cynisme | Tags: , , , , | 1 reactie

Franciscus: profeet van de menselijke waardigheid (deel 1)

In december vorig jaar verscheen een (nogal lang) artikel van mijn hand in Franciscaans Leven, Tijdschrift voor Fransciscaanse Spiritualiteit. Het ging over de vraag: waarom zouden volgelingen van Franciscus van Assisi zich toch druk maken over armoede? Het leek me een goed idee om het ook op dit blog te plaatsen, al was het maar omdat dit het eerste artikel is dat ik publiceerde na mijn promotie in oktober 2012. En omdat het – zei zij zonder valse bescheidenheid – een lezenswaardig artikel is. Vanwege de lengte heb ik het in afleveringen opgedeeld. Deze week de eerste aflevering.

=========================

Franciscus: Profeet van de menselijke waardigheid

In het najaar van 2012 zag de Franciscaanse Gideonsbende het levenslicht. Geïnspireerd op soortgelijke initiatieven in het land – zoals de Gideonsbende van Maarssenbroek – wil dit kleine groepje mensen handen en voeten geven aan maatschappelijke betrokkenheid en actie in Franciscaans verband. Voor het eerste volle jaar van haar bestaan heeft de ‘bende’ als thema gekozen: verborgen armoede. Op het eerste gezicht lijkt het ook voor de hand te liggen dat wij ons als volgelingen van Franciscus druk zouden maken over armoede. Maar ik zeg daar met opzet bij: “op het eerste gezicht”.

Franciscus en armoede horen natuurlijk onverbrekelijk bij elkaar. Maar de armoede van Franciscus, die hij zelf zo uitbundig bezongen heeft, is een ander soort armoede dan de armoede die hier vandaag centraal staat. Voor Franciscus was armoede geen noodzaak. Het was een levenspad dat hij ging uit overtuiging, uit vrije wil. Want zó, en niet anders, zag voor Franciscus de navolging van Christus eruit. Leven zonder bezit, bedelen om te voorzien in je levensonderhoud, niet weten waar je ’s avonds je hoofd zult neerleggen. Dát was zijn – gekozen – levenswijze.

Onvrijwillige armoede
Dat is echter heel andere koek dan de armoede die een mens onvrijwillig treft. De armoede die een mens aangedaan wordt, door een samenleving en een economische structuur die ertoe leidt dat – aan de ene kant – sommige mensen van malligheid niet weten wat zij moeten doen met het geld waarover zij beschikken. En dat – aan de andere kant – een veel groter aantal mensen zich iedere keer weer moet afvragen hoe ze rond moeten komen. Mensen die daar vaak ook weer heel creatief in worden, en die het vaak dragen met een verbazingwekkende veerkracht. Mensen die in armoede leven zijn niet ‘zielig’. Als ik dát zou zeggen, zou ik een groot aantal mensen ongelooflijk tekort doen. Maar armoede blijft wél armoede en moet ook zo genoemd worden. En er zit één groot en doorslaggevend verschil in met de armoede van Franciscus. Het is geen vrije keuze. En dat roept de vraag op: wat hebben volgelingen van een mens die in vrijwillige armoede leefde dan met mensen die onvrijwillig in armoede leven?

(Wordt vervolgd)

Dit artikel is geplaatst in Franciscaans Leven en een bewerking van een eerder gehouden inleiding op de ontmoetingsdag in maart 2013 van de Franciscaanse Gideonsbende

Categorieën: franciscus, geloof, overdenkingen | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Paul van Tongeren over Franciscus en vrijheid

In mijn blogpost van 1 juni noemde ik spiritualiteit een ‘buzz-woord’, een woord dat overal rondzingt. Zo hebben we er meer in onze tijd. Neem nu alleen het woord ‘vrijheid’. Bestaat er een vaker misbruikt woord dan juist dát woord?

Vorige maand had ik het grote genoegen een interview te doen met professor Paul van Tongeren, hoogleraar wijsgerige ethiek aan de Nijmeegse Radboud Universiteit en schrijver van het in 2012 verschenen boek Leven is een kunst. Het interview staat deze maand als hoofdartikel in het nieuwe nummer van Franciscaans Maandblad, de spreekbuis van de Franciscaanse Beweging. Een paar passages uit dit interview wil ik graag met u delen, al was het maar vanwege de geheel eigen kijk van Paul van Tongeren op dat buzz-woord: vrijheid.

In ‘Leven is een kunst’ is één van uw beginstellingen dat leven met alleen het hoogst noodzakelijke geen leven is, maar alleen maar over-leven. En dan is er zo’n Franciscus die er bewust voor kiest om te leven met alleen het hoogst noodzakelijke. Hoe verhoudt zich dat tot elkaar?

“Ik schrijf dat leven pas een kunst wordt – dat wil zeggen: iets dat niet ‘er net zo goed niet had kunnen zijn’ – als het niet enkel ‘overleven’ is. Franciscus heeft volgens mij laten zien, dat dat óók kan als je voor dat overleven met het hoogst noodzakelijke genoegen neemt. Aan de andere kant: ook Franciscus had het noodzakelijke echt wel nodig. Maar het genoegen nemen met alleen dat noodzakelijke gaf hem juist een grote vrijheid. Er zit trouwens wel een paradox in die vrijheid van Franciscus. Want zijn manier van leven kwam voort uit een fascinatie voor God en Christus. ‘Gefascineerd’ betekent letterlijk ‘geboeid’; schijnbaar toch het tegengestelde van vrijheid.”

U heeft het over vrijheid. Dat is een veelgebruikt woord in deze tijd, maar wat bedoelt ú ermee?

“Tja… Ik gebruik het woord omdat ik daar in het begin op kwam, dat Franciscus tot vrijheid kwam doordat hij genoegen nam met het noodzakelijke. Als ik het over vrijheid heb… dat heeft op de eerste plaats een negatieve betekenis in de zin van: nergens aan verslaafd zijn, niet aan iets vastzitten. Een positieve duiding geven is lastiger. (…) Wat vrijheid is, zie je misschien ook in de kunst. Een kunstenaar moet vrij zijn om kunst tot stand te brengen. Maar dat neemt niet weg dat de kunstenaar van alles moet; je moet je vaardigheden verwerven, het ambacht leren. En je moet natuurlijk dat penseel of die beitel hanteren. Maar als het lukt, voelt dat moeten niet als een belemmering. Het is een verbinding van activiteit en passiviteit, ontvankelijkheid. Ik ken een kunstenares; die is soms aan het werk in haar atelier en komt er bij wijze van spreken pas achteraf achter dat ze iets gemaakt heeft. Het ‘ging als vanzelf’, al is ze naderhand wel doodmoe. Daar zie je die mix van activiteit en passiviteit. Ik denk dat je hetzelfde ook ziet in religiositeit. Ook daarin is er sprake van zowel actief en passief, ontvankelijk. Alle grote religieuze figuren werden gekenmerkt door die combinatie van activiteit en passiviteit.”

De klassieke deugdethiek legt veel nadruk op ‘de juiste maat’. U geeft in uw boek aan dat het vinden van die juiste maat een probleem is in onze tijd. Kan genoegen nemen met alleen het noodzakelijke hier uitkomst bieden?

“De juiste maat, of ‘genoeg’, is niet per definitie hetzelfde als ‘alleen het hoogst noodzakelijke’. Dat kán het zijn, maar dat is niet voor iedereen weggelegd. Aan de andere kant hebben we wel die mensen nodig voor wie alleen het noodzakelijke inderdaad genoeg is. Zij zijn een teken dat het ánders kan, dat je een goed leven kunt hebben zonder steeds maar meer bezit. Dat moet niet opzichtig gebeuren, maar is wel een teken.”

“Maar het kan ook met meer dan alleen het noodzakelijke. Als ik meer mogelijkheden heb om iets van de wereld te zien, vergroot dat ook mijn vrijheid. Maar de kans bestaat dat meer bezit juist je vrijheid inperkt. Pasgeleden was ik drie maanden in Zuid-Afrika. Daar woonde ik bijvoorbeeld veel kleiner dan hier; en vanwege de bagage-beperkingen in het vliegtuig kon ik maar twintig boeken meenemen terwijl ik er hier iets van tweeduizend heb. Maar op de een of andere manier voelde ik me zo wél veel vrijer. Met veel bezit tot vrijheid komen is kennelijk lastiger dan met weinig. Niettemin komt het in wezen aan – en dat is in de klassieke deugdethiek al zo – op de juiste maat, de juist proportie. Die kan voor verschillende mensen heel verschillend zijn.”

Categorieën: franciscus, overdenkingen | Tags: , , , , , , | 1 reactie

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.