Berichten getagd met: mensenrechten

#NietMijnVrijheid

Soms is het gewoon even nodig om alle nuance aan de kant te laten en van je hart geen moordkuil te maken. Zoiets heb ik gedaan toen het weer tijd werd om mijn bijdrage te leveren aan Nieuwwij.nl. Onderstaande tirade, pardon column, verscheen op die website op 23 januari. Lees verder

Categorieën: cynisme, oorlog en vrede | Tags: , , , , , , , , | 1 reactie

Hajo Meyer (1924-2014): Een Rechtvaardige onder de Mensen

Hans Joachim Meyer, geboren 1924, is overleden. Gestorven op de dag dat in de New York Times zijn naam als eerste boven een grote advertentie prijkte: “Survivors and Descendents of Survivors of Nazi Genocide Condemn the Massacre of Palestinians in Gaza”. Als jongeman overleefde hij Auschwitz en op latere leeftijd streed hij – letterlijk tot het laatst toe – onophoudelijk voor een ander Joods geluid, kritisch over Israël en solidair met het Palestijnse volk. Zijn kritiek op de Israëlische behandeling van de Palestijnen kwam juist voort uit zijn gehechtheid aan de Joodse traditie. De Joden waren voor hem “de pioniers van de intermenselijke ethiek”. Wat Israël met de Palestijnen deed, was in zijn ogen “precies het tegenovergestelde”.

Een Rechtvaardige onder de Mensen is gestorven.
Lees verder

Categorieën: oorlog en vrede, palestina, Uncategorized | Tags: , , | Een reactie plaatsen

De dood van een rechtvaardige en de wil van God

Nog een week en het is Pasen. Hetgeen betekent dat vandaag, de laatste zondag vóór Pasen, Palmzondag is. Traditioneel in de christelijke traditie de herdenking van de intocht van Jezus in Jeruzalem en het begin van de lijdensweek – ook wel Goede Week of Stille Week genoemd.

In ‘mijn’ gemeente, de JohannesCentrumgemeente in Utrecht, ging het vanmorgen in de kerk echter niet zo zeer over die intocht (al kwam die wel ter sprake) maar veel meer over een ander intens moment in de verhalen die ons vertellen over de laatste dagen van het leven van de man uit Nazareth. De nacht in het Hof van Gethsemane, direct voorafgaand aan de arrestatie van Jezus en uiteindelijk zijn kruisiging en dood. Zijn doodsangst en zijn smeekbede aan God: “laat deze beker aan mij voorbij gaan” maar ook het “niet mijn, maar uw wil geschiede”. Onze dominee, Toos Wolters, hield er een preek over die door merg en been ging. Over de doodsangst van Jezus, en zijn uiteindelijke trouw, en over de trouw van pater Frans van der Lugt die nog maar zo kort geleden in Syrië vermoord werd. Over de overtuiging van Ignatius van Loyola, de stichter van de orde waar pater Frans toe behoorde, dat de mens geschapen is om op God afgestemd te zijn – en dat dát alle andere overwegingen overtroeft. Tot de overweging van het eigen lijfsbehoud aan toe.

Zoals – naar ik vermoed – zo’n beetje alle kerkgangers in de Johannes, was ik tot in ’t diepst van m’n ziel geraakt door de preek van Toos. Er is echter één ding dat in het bijzonder bij me is blijven hangen. Dat gaat over dat “niet mijn, maar uw wil geschiede.” Dit is een uitspraak die hele generaties gelovigen heeft beroerd. Als je het op het eerste gezicht bekijkt, lijkt het alsof het lijden en dood van Jezus de wil van God zouden zijn geweest. Maar hoe is dat te rijmen? Hoe is dat in Godsnaam toch te rijmen met een God die een God van levenden is en niet van doden? Een God van liefde? Dat ís ook niet te rijmen. Sterker nog: wie het zo verstaat, verstaat het volkomen verkeerd.

Het lijden en de dood van Jezus van Nazareth was, net zoals de moord op pater Frans, het werk van mensen. Van mensen die zich kennelijk bedreigd voelen door de geweldloze inzet voor mensen in de hoek waar de klappen vallen – de inzet die de Jezus uit het nulde-eeuwse Palestina en de Frans uit het 21e-eeuwse Syrië met elkaar gemeen hebben. Die moorden, daar heeft God niets mee van doen. De moord op deze twee rechtvaardigen is letterlijk goddeloos werk. De clou ligt dan ook niet in de dood van deze twee mensen, maar in die uitspraak van Ignatius: het afgestemd-zijn op God. Wat zich uit in die inzet voor kwetsbare mensen. In trouw aan mensen die in de hoek zitten waar de klappen van de macht vallen. De wil van God is niet dat een rechtvaardige mens sterft – maar dat die mens trouw blijft aan God’s lievelingen, aan kwetsbare mensen. En ja, dat kan leiden tot de dood. Tot de dood door de handen van de goddelozen, in het Jeruzalem van de nulde eeuw en het Homs van de 21e eeuw. De dood van Jezus en van pater Frans is geen direct gevolg van de wil van God, maar een indirect gevolg. Zij bleven trouw, tegen hun eigen doodsangst in, aan hun afgestemd-zijn op God en op Zijn mensen. Dat leidde tot de dood.

In de Goede Week, die we nu ingaan, wil ik dat inzicht vasthouden. Uiteindelijk is de trouw aan God en Zijn kwetsbaarste mensen de maat waaraan wij allemaal gemeten zullen worden. De God van Jezus van Nazareth en van pater Frans uit Homs, die ook mijn God is, is een God van levenden. Het is Zijn wil dat wij aan die levenden trouw zullen zijn. Maar soms vereist die trouw dat wij ons leven prijsgeven.

Moge God met ons zijn, mocht het ooit ook met ons zover komen.
Moge God met mij zijn, mocht het ooit ook met mij zover komen.

Categorieën: geloof, overdenkingen | Tags: , , , , | 5 reacties

Grootvader, ik heb u lief

We stonden er toch maar weer mooi, bij de Dokwerker, op de 22e maart. Een demonstratie tegen racisme met een slordige 10.000 Nederlanders van alle soorten, maten en leeftijden. Mensen die toch al van plan waren geweest, omdat ze de urgentie al veel langer hadden ingezien, en mensen die in beweging waren gekomen na de ‘wake-up call’ die het beruchte ‘minder, minder’ van Geert Wilders en zijn aanhangers uiteindelijk geworden is. Langs de weg van de demonstratie was ik al wat W!J-bekenden tegengekomen, en bij de Dokwerker stond ik uiteindelijk met een vriendin die ik ken van onze gezamenlijke zeiltochten in de zomer op de Waddenzee met de tjalk de Bruinvisch, het schip van Cees Dekker –  ook al een kleurrijke figuur trouwens. En achter ons stond zomaar opeens een al wat oudere meneer, overduidelijk van Marokkaanse afkomst. Met zijn grijze baard en zijn djellaba was hij het toonbeeld van wat ik mij zo voorstel bij een traditionele Marokkaanse grootvader. En hij droeg heel fier een fors uitgevallen Nederlandse vlag. Ik vond het ontroerend. En nog meer toen ik hem, alweer op de terugweg in de trein, zag terugkomen op een foto op Facebook. Die foto was daar neergezet door een jonge vrouw, zelf ook van Marokkaanse afkomst, die erbij had gezet dat ze trots én ontroerd was door dit beeld. Die Marokkaanse grootvader – ik vermoed tenminste dat hij wel kleinkinderen zal hebben – maakte daar een overduidelijk statement. Ja, ik ben Nederlander. En ja, mijn wortels, mijn roots, die zijn me dierbaar en kostbaar en die geef ik niet op, want wat je van huis uit hebt meegekregen, dat zal nu eenmaal altijd het meest “eigen” blijven. Dat geldt niet alleen voor deze Marokkaanse grootvader, dat geldt ook voor jou en voor mij en voor ons allemaal. Wie dat ontkent, die liegt.

Marokkaanse grootvaders

Terwijl ik dit schrijf, de dag na de demonstratie, heb ik net op de televisie de gezamenlijke kerkdienst van de Raad van Kerken en de PKN gezien, die veelzeggend het thema droeg: “Wij geloven in méér“. Dat ze daarin Jozias van Aartsen aan het begin aan het woord lieten, heb ik maar even voor lief genomen – al vind ik het niet echt geloofwaardig als hij daar over het belang van grondrechten staat te oreren terwijl hij zelf bijzonder goed is in het inperken van diezelfde grondrechten, zoals bijvoorbeeld het recht om te demonstreren tijdens de nucleaire top van de komende paar dagen. Maar dat was wat mij betreft de enige smet op een gebeurtenis die ik verder ook zeer ontroerend vond. Helemaal toen ik onder de mensen die aan het einde het licht met elkaar deelden, mijn lieve collega Nora zag. Kleindochter van een andere Marokkaanse grootvader. Maar als ik toch nog één puntje van kritiek mag uiten: er is een bijbeltekst heb ik in die kerkdienst gemist heb, en die nu juist de betrekkelijkheid van grenzen en afkomst zo krachtig neerzet. Ik heb hem in mijn vorige blogpost al geciteerd. “Heb de vreemdeling lief, want zelf ben je vreemdeling geweest in Egypte”. Ga met die ‘vreemde’ ander om zoals je zou willen dat die met jou omgaat. Daarom, Grootvader, met uw djellaba én met uw Nederlandse vlag: ik heb u lief.

Nora deelt het licht

Nora deelt het licht

Deze blogpost is in een iets andere vorm ook te lezen op www.nieuwwij.nl

Categorieën: lofzang | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Kerstmis 2013 – Kunnen we het wel vieren?

Israëlische bommen op de Gazastrook, die nog steeds gedeeltelijk overstroomd is na de zware regens (en vermoedelijk ook doordat Israël twee dammen heeft geopend); Palestijnse christenen die de toegang tot Bethlehem ontzegd werd door de Israëlische autoriteiten; drie mensen in Pakistan gedood door Amerikaanse drones op Eerste Kerstdag. En de lijst kan nog een heel stuk langer. Kun je wel Kerstmis vieren temidden van zo’n harde werkelijkheid?

“En toch…!” is en blijft het hardnekkige weerwoord van christelijke Schrift en traditie. Een kind wordt geboren temidden van de harde werkelijkheid van militaire bezetting; zijn geboorte wordt door engelen aangekondigd aan het schorremorrie van zijn samenleving; zijn leven en dood zullen ons laten zien, eens en voor altijd, hoe hartgrondig menselijk God is. Laat ons nooit, maar dan ook nooit, de hoop verliezen.

Een gezegende Kersttijd voor u allen. Waar u ook bent. Hoe u het ook viert, of niet viert.

2013-05-19_01

(Graffiti-artiest Banksy gaf deze interpretatie van hoe Maria en Jozef Bethlehem anno nu zouden aantreffen)

Categorieën: geloof, overdenkingen | Tags: , , | 1 reactie

Van ‘ver-van-ons-bed’ tot ‘eigen volk’: het wonder van Riace

Op het moment dat ik dit schrijf is de tragedie bij Lampedusa van begin deze maand alweer een tijdje verdwenen uit de media en daarmee – zo lijkt het wel – uit het collectieve geheugen. De wateroverlast in het weekend van 13 oktober zorgde ervoor dat ook de laatste restjes van de herinnering aan de 364 verdronken vluchelingen verdampten, want uiteindelijk is het toch maar ver van ons bed. Zo zitten mensen nu eenmaal in elkaar. ‘Eigen volk eerst’ is een fascistische leuze, maar wel één die diepe wortels heeft.

Wat doe je dan als de tragiek van vluchtelingen je aan het hart gaat, terwijl je je ook heel goed bewust bent van die oer-menselijke neiging om eigen volk te stellen boven het ‘ver-van ons-bed-volk’? Dan haal je het ‘ver-van-ons-bed-volk’ in huis en zorg je ervoor dat het óók ‘eigen volk’ wordt. Iets dergelijks deed in ieder geval de burgemeester van Riace, een dorpje in de verarmde zuid-Italiaanse streek Calabria, in 1998. Het dorp was in de daaraan vooraf gaande jaren bijna leeggelopen omdat veel dorpsbewoners naar noord-Italië getrokken waren, op zoek naar werk. Burgemeester Domenico Lucano nam toen een bijzondere stap: hij haalde Koerdische vluchtelingen uit het toentertijd woedende Turks-Koerdische conflict vanuit een vluchtelingencentrum naar het dorp toe. Daar gaf hij ze onderdak in huizen die verlaten waren door vertrokken dorpsbewoners. Maar nog meer: hij spande zich in om deze ‘ver-van-ons-bed’-mensen deel uit te laten maken van de dorpsgemeenschap. Er kwamen werkplaatsen waar de vluchtelingen aan de slag konden, samen met de Italiaanse dorpsbewoners. In deze werkplaatsen worden plaatselijke ambachten beoefend die ook al aan het verdwijnen waren vóór de komst van de vluchtelingen. De plaatselijke school, die op het punt van sluiten stond omdat er niet veel kinderen meer in het dorp waren, werd voor dat lot behoed doordat de kinderen van de vluchtelingen er naar school gingen. Vijftien jaar na de komst van de eerste vluchtelingen zitten er kinderen van acht nationaliteiten op de kleuterschool. Het is heel gewoon geworden als een clubje Afrikaanse kinderen dat uit school komt, vrolijk zwaait naar een groepje oudere Italiaanse mannen dat buiten de kapperszaak zit te roddelen.

Het verhaal van Riace heeft natuurlijk de nodige hobbels gekend, maar het belangrijkste is dat het laat zien hoe het óók kan – en dat nota bene in een deel van Italië dat eeuwenlang doelwit was van piraten waardoor het wantrouwen tegen buitenladers traditioneel groot is. De vluchtelingen zijn geholpen met een huis, zinvol werk en onderwijs voor hun kinderen in plaats van weg te kwijnen in een vluchtelingencentrum, dat ook in Italië meestal nog het meest lijkt op een gevangenis. Maar het dorp, dat vijftien jaar geleden nog met uitsterven bedreigd werd, is er zelf ook helemaal van opgeleefd. Vluchtelingen zijn voor Riace geen ‘ver-van-ons-bed-volk’ meer. Het is ‘eigen volk’ geworden. Een wonder? Misschien. Maar eerst en vooral het werk van een praktisch ingesteld mens die zijn hart liet spreken, en de harten van andere mensen daarin mee wist te nemen. 

Categorieën: lofzang, overdenkingen | Tags: , , | 1 reactie

Blog op WordPress.com.